Buitenland

Bart de Wever moet nu ‘lief zijn’ tegen de Franstaligen

03-06-2014 16:17

Voor de Belgische informateur Bart de Wever (N-VA) was het een week van hard werken, en wikken en wegen. Hij wil op federaal niveau een coalitie smeden zonder de Franstalige sociaaldemocratische PS. Om dat voor elkaar te krijgen moet hij twee rechtse Franstalige partijen losweken door vooral lief te zijn tegen hen. De informateur krijgt op eigen verzoek van koning Filip een week extra.

Heel wat handjes schudden

Het was een lange week voor N-VA-leider Bart de Wever. Niet alleen is hij sinds afgelopen dinsdag informateur van een nieuwe de federale regering, maar ook is hij informateur van de nieuwe Vlaamse regering. Als man met twee petten op moest hij in de voorbije week heel wat handjes schudden. Op Vlaams niveau sprak hij met zes delegaties en op federaal niveau was hij maar liefst met dertien verschillende gesprekpartners in de weer! Tijdens de vele ontmoetingen werd de inzet van De Wever bekend: hij wil zowel op Vlaams als op federaal niveau een rechtse regering vormen. In het Vlaamse parlement is dit goed mogelijk. Daar heeft hij met de christendemocratische CD&V en de liberale Open VLD een ruime meerderheid van de 124 zetels. Uit de eerste gespreksronden kwam naar voren dat deze partijen open staan voor samenwerking met de N-VA en dat de sfeer goed is. Daarnaast stellen de linkse partijen in Vlaanderen zich bescheiden op: zij willen De Wever niet voor de voeten lopen en ‘gunnen’ hem alle tijd om zijn plan uit te werken. Mocht het hem niet lukken, dan komen ze weer in beeld. Intussen werkte De Wever in alle stilte door als informateur. Hij had ‘geen commentaar’:


De Franstalige kaarten

Volgens het Belgische model moeten regeringen van de deelstaten qua samenstelling zoveel mogelijk overeen komen met die van de federale regering. Zo wordt de kans minder klein dat er een landsbestuur komt dat verlamd wordt door politieke tegenstellingen. Om zijn rechtse droomcoalitie voor elkaar te krijgen moet De Wever dus eerst over de taalgrens kijken. In het Waalse parlement zijn de kaarten tijdens de verkiezingen ongeveer hetzelfde geschud als voor de verkiezingen. De sociaaldemocratische Parti Socialiste (PS) van demissionair premier Elio di Rupo is nog steeds de grootste. De rechts-liberale Mouvement Reformateur (MR) van voorman Charles Michel is gelijk gebleven, maar heeft praktisch gezien meer dan een derde van de zetels en is daarmee de tweede partij. De christendemocratische CDH van partijleider Benoît Lutgen volgt daarop als derde partij. Het formatie-initiatief ligt nu bij de grootste: de PS. Toch is er iets opmerkelijks aan de hand: samen hebben de MR en het CDH een krappe meerderheid. In Wallonië is een regering zonder de PS dus mogelijk. 

Race tegen de klok

In België gaan alle formaties gelijktijdig van start. Er is geen tijdslimiet (zo lukte het de Duitstaligen vorige week al om een nieuwe regering te formeren). Desondanks gaf de PS na de verkiezingen aan dat ze pas maandag zou beginnen met de Waalse formatie. Blijkbaar gingen Di Rupo en zijn rechterhand Paul Magnette er van uit dat De Wever al in de zijn eerste dagen als informateur zou mislukken en dat zij vanaf deze week het initiatief konden overnemen. Niets bleek minder waar. De MR en het CDH stonden niet te trappelen om zonder de PS in een federale regering te stappen, maar bleken in de eerste formatieronde ook niet afwijzend te staan tegenover het plan van De Wever. Immers, de PS is in Franstalig België al decennia oppermachtig en dat begint te jeuken. Zonder de PS kún je niet regeren, zo was altijd de gedachte. Maar nu liggen de kaarten eens een keer anders. De verrassende houding van MR en CDH was een reden voor Di Rupo en Magnette om al op vrijdag aan hun formatie te beginnen. Ook heeft de vervroegde start te maken met de milde houding van De Wever tegenover de rechtse Franstaligen – daarover straks meer – en de goede sfeer tussen de partijen aan Vlaamse kant. Ten slotte hebben Di Rupo en Magnette nog te dealen met de formatie van de wat minder belangrijke Brusselse regering, waar partijgenote Laurette Onkelinx het initiatiefrecht heeft en bezig is met om een regering met de PS te vormen. Hoe dan ook is het voor Di Rupo en de zijnen een race tegen de klok: als De Wever erin slaagt om MR en CDH op federaal niveau van hen los te weken, dan is de kans op een Waalse regering zonder de PS zeer groot. 

Rechtse Franstaligen losweken

In Franstalig België wordt Bart de Wever bijna altijd afgeschilderd als een extreemrechtse politicus die het land zo snel mogelijk wil opsplitsen in twee onafhankelijke staten. Hij is ‘een gevaar voor België’ en heeft het imago van een ‘politiek monster’. Vooralsnog is dat een misplaatst beeld, want De Wever wil het land (nog) niet splitsen en staat voor een confederaal België waarbinnen de deelstaten verregaande bevoegdheden krijgen. Zowel de Franstalige media als de politieke top zijn schuldig aan het foute frame dat hij nu heeft. Anderzijds is de liefde van De Wever voor de Franstalige politici nooit echt groot geweest. Hij heeft redelijke contacten opgebouwd met federaal vice-eerste minister Didier Reynders (MR), die hintte op een premierschap voor De Wever, maar heeft weinig tijd geïnvesteerd in goede relaties met MR-leider Michel en CDH-voorman Lutgen. Zij gingen in de afgelopen week schoorvoetend bij De Wever langs. Op inhoudelijk communautair vlak (met ‘communautair’ wordt alles bedoeld dat te maken heeft met de verhoudingen tussen de taalgemeenschappen) trekken de MR en het CDH dezelfde lijn als de PS: ze willen het confederalisme niet. Maar op sociaaleconomisch gebied zijn er wel overeenkomsten met de N-VA. Zo wil zowel de MR graag dezelfde soort socio-economische hervormingen doorvoeren. Het CDH-programma is linkser, maar de partijtop schijnt rechtser te zijn. Zij zouden dus niet afwijzend staan tegenover de rechtse ideeën van De Wever. 

Lief zijn 

Om een rechtse federale regering op de been te krijgen, moet Bart de Wever de MR en het CDH losweken van de PS. Daarvoor heeft hij vandaag van koning Filip een week extra gekregen. In de komende week zal hij de rechtse Franstalige partijen moeten overtuigen van zijn plan. Als eerste moet hij zijn communautaire plannen in de ijskast zetten, want daar hebben MR en CDH echt geen trek in. Vervolgens moet hij met hen praten over hervormingen op sociaaleconomisch gebied. Hij zal beide partijen belangrijke ministersposten moeten beloven in de federale regering en zelfs het premierschap zou hij aan de MR cadeau moeten geven (langs de zijlijn loopt demissionair vicepremier Reynders zich ongetwijfeld al warm). Maar bovenal moet hij ‘lief zijn’ tegen de Franstaligen en ophouden met het doen van harde uitspraken over en tegen hen. Ook moet hij investeren in zijn relatie met Charles Michel en Benoit Lutgen, zodat zij vertouwen in hem kunnen kweken bij hun achterban. Dat vertrouwen moet vooral groeien bij het CDH, dat onder de vorige partijleider Joëlle Milquet een fobie voor De Wever ontwikkelde. Tijdens de moeilijke formatie van 2007 werd ze in Vlaanderen ‘Madame non’ genoemd. Ook werden de christendemocraten onder haar leiding de bijwagen van de PS, onder meer omdat Milquet een linkse koers voorstond. De huidige leider, Lutgen, is minder links. Hij moet de rechtse De Wever opnieuw ontdekken. 

Laatste Franstalige premier

Als het De Wever lukt om de rechtse Franstalige partijen los te weken van de PS, kan de droomregering van de N-VA er eindelijk komen. In dat geval heeft Di Rupo een probleem. Het enige wat hem dan nog rest is de Waalse formatie naar zich toe te trekken om te redden wat er te redden valt. Zo niet, dan gaat hij voorlopig de geschiedenis in als de laatste Franstalige premier.