Niki Lauda: ‘Racen in de seventies was gevaarlijk, maar seks was safe’

14-03-2015 15:25

Zondag begint het F1-circus weer, maar zo sexy als in de seventies wordt het nooit meer. TPO blikt terug op het Babylon van toen met Niki Lauda en Jan Lammers.

 

Drank. Drugs. Dames. En de Dood. Dat waren in de jaren zeventig de even macabere als hedonistische hoofdacts van de Formule 1. “Er waren geen grenzen”, vertelt Niki Lauda in een exclusief interview met ThePostOnline. “De kans van circa twintig procent om te overlijden, ach, dat kon ik nog net wel accepteren. De Formule 1 was in die tijd natuurlijk een macaber spel. Ik had zelf geen ontzag voor de dood, omdat ik achter het stuur altijd het gevoel had, dat ik zo op randje tussen leven en dood niet intenser kon leven.”

Formule 1-icoon Jan Lammers

Ongeveer eenzelfde mindset had ons eigen Formule 1-icoon Jan Lammers, die echter meteen in het begin van zijn carrière wordt geconfronteerd met het hoge sterftecijfer in de racerij. Als 22-jarige F1-coureur in spé heeft hij, zo vertelt Lammers, tijdens de Grand Prix van Monza net zijn handtekening gezet bij de racestal van Shadow, als hij en zijn nieuwe bazen besluiten om even naar de start te lopen. Ze willen het afvlaggen van dichtbij meemaken. Altijd spectaculair. “Het was ongedwongen toen”, herinnert Lammers zich. “Ik had bijvoorbeeld net letterlijk tussen de olieplasjes in het motorhome het contract ondertekend en we konden gewoon zo naar de racewagens lopen.”
Brullend gaan de bolides in Italië van start. Maar nog geen vijfhonderd meter verderop, in de bocht, rijdt Ronnie Peterson zich dood. Lammers: “Ik had net het meest euforische moment van mijn leven meegemaakt, ik mocht ook meedraaien aan de absolute top, de Formule 1 en dan, een paar minuten later sterft een mooie coureur en een mooi mens. Het voelde zeer onwerkelijk.”

‘Rush’

Het is 1978. Van alle 25 rijders in de GP overlijden er in dat decennium per seizoen gemiddeld twee. Sterke body’s van koolstof en andere veiligheidsvoorzieningen, zoals ABS en stabilisatiecontrole zijn nog lang geen gemeengoed. “Met het risico om te overlijden was ik niet bezig”, zegt Lammers, die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig in de F1 uitkwam. “Als jij op een rechte weg 100 rijdt, focus je je ook niet op die boom langs de kant, ook al weet je dat je een botsing ermee niet overleeft. Ik kon het verdringen, door mijn passie voor het racen. Het is een cliché: maar je denkt altijd: dat gebeurt mij niet. Bovendien, langs de afgrond heb je het mooiste uitzicht.”

In de Hollywood-film Rush, dat in – en vooral buiten de pits terugkijkt op het vintage F1-circus, worden raak de mores van die dagen geschetst. We zien onder meer hoe Niki Lauda (hier naadloos vertolkt door Daniel Brühl uit Inglorious Bastards) een collectieve rijdersstaking van de grond probeert te krijgen, omdat hij een totaal verregende Nürburgring te link vindt om op te racen. De privé-persoon Lauda blijkt evenwel niet al te populair (“Ik was daar nooit mee bezig”) en hij krijgt daarom ook nauwelijks collega’s mee. De Grote Prijs van Duitsland 1976 gaat dus gewoon van start, in onvoorspelbare hoosbuien. Met, zo zal al snel in de tweede ronde blijken, gruwelijke gevolgen voor Lauda.

Confronterende beelden

Hij vliegt flagrant uit de bocht en wordt daarna geramd door een achterop komende bolide. Het inferno dat – juist in de cockpit – volgt, wordt op Zapruder-achtige wijze vastgelegd door een amateurfilmer langs de kant. Lauda: “Nu heb je overal langs het parcours camera’s staan voor de live tv-uitzending. Toen niet.”
De beelden worden legendarisch. Ze definiëren de waanzin van de Formule 1 in de seventies. Je maakt bijna fysiek mee hoe Lauda meer dan een minuut vastzit in een vuurhel van 800 graden. Ondertussen ademt hij giftige gassen in, die zijn slokdarm en longen verschroeien. Maar ongelooflijk: de Oostenrijker blijft bij kennis. Lauda, stoïcijns vanonder zijn trademark-petje: “Zelf weet ik ‘t niet meer, maar volgens mijn redders heb ik, nadat ze me uit de auto sleepten, nog geroepen: ‘Jongens, hoe zie ik er nu uit?'”

Daarna raakt hij in een coma. Terwijl de in acuut levensgevaar verkerende coureur per helikopter naar het ziekenhuis wordt gevlogen, heeft Niki’s team, Ferrari, zijn opvolger overigens al besteld. In de film Rush (koop ‘em op dvd, of netflix hem!) is deze bijna-fatale gebeurtenis, die Lauda’s gelaat voor zijn leven verminkt, haast apocalyptisch geschoten. En dat bleek bepaald confronterend, zeker ook voor de normaal ijskoude Lauda, geeft hij in Hotel Imperial toe. “De originele beelden heb ik al vaak bekeken. Ik had daar nooit emoties bij, eigenlijk. Ik gebruikte ze puur voor de technische analyse, zo van: ‘Hoe is het gebeurd, dat ongeluk?’ In Rush is die vlammenzee inderdaad zeer aangrijpend verfilmd. En ja, zo erg was het ook. En nu besef ik zelf ook pas wat de impact geweest moet zijn op het grote publiek. Ik begrijp nu bijvoorbeeld beter waarom mensen, die mij voor het eerst ontmoeten altijd eerst naar mijn oren kijken, en niet in mijn ogen.”

 

‘De reclame op de wagens, helmen en race-overall’s loopt fraai synchroon met de toenmalige look and feel van de sport: condooms, drank en sigaretten’

 

Als het ongeluk iets duidelijk maakt, is het wel dat voor elke coureur, elke race meteen de allerlaatste kan zijn. Ze zijn in de jaren zeventig de jonge gladiatoren aan de hypercommerciële rafelranden van de Westerse beschaving. Hun lot is vergelijkbaar met dat van Spitfire-piloten in de Battle of Britain. En ja, dat doet iets met psyche in het rijderspeloton. Het ochtendgloren is allesbehalve vanzelfsprekend. Een bestendige carrière uitstippelen is geen optie. Laat staan een gezin.

Babylon

Onvermijdelijk lijdt dit gestaag tot een wijdverbreide hedonistische doctrine in het Formule 1-circus, dat zich ontwikkelt tot een van continent naar continent hoppend Babylon. Een Led Zeppelin-tournee op slicks.

Veelzeggend: de reclame op de wagens, helmen en race-overall’s loopt fraai synchroon met de toenmalige look and feel van de sport: condooms, drank en sigaretten. “Allemaal waar. Alles”, grijnst Niki nu, als we voorzichtig peilen, of al die seks, drugs en rock’n’roll-verhalen kloppen, al was de nuchtere Oostenrijker zelf nauwelijks participant.

Vijfduizend dames

Ietwat in tegenstelling tot Jan Lammers, die ‘uiteraard’ verre was van de drank en drugs, maar volgens hemzelf ‘zeker niet ongevoelig was voor het vrouwelijk schoon’. Glimlachend: “Ja, kennelijk waren wij als racers heel cool en aantrekkelijk voor de dames.”
Iemand die zich fanatiek en op alle fronten laafde aan het laaghangende fruit, was de Engelse coureur James Hunt.

De blonde Hunt valt wegens zijn wilde excentriciteit en pathetische zucht naar alcohol, narcotica en vrouwenlijven nog het beste samen te vatten als een kruising tussen Keith Moon en Warren Beatty. De verhalen van toen schetsen een beeld van een zuipende en snuivende, edoch charismatische serieversierder, die op intercontinentale BA-vluchten altijd een stewardess op het toilet verschalkte. Hunt (hij overleed in 1993) schatte zelf overigens vrij conservatief in, dat hij met meer dan vijfduizend dames het bed had gedeeld, of ja, soms de pits, letterlijk minuten, voordat hij in zijn McLaren klom. Een seksverslaafde avant la lettre.

Lammers gnuivend: “Laten we het er op houden, dat de man een nogal breed interessegebied had. Wat vooral ook speelde: in de jaren zeventig maakte de Formule 1 net de transitie van aristocraten, die hun team als een leuke, dure hobby zagen, naar de professionele racestallen met atleten achter het stuur. Laten we zeggen dat hij niet in de categorie ‘atleet’ viel, al was ie wel fit, hoor. Hij squashte veel. En joh, je bent natuurlijk niet 24/7 coureur. Je had zo’n 14 a 15 races per jaar, dus je moest ook andere activiteiten zoeken. Lauda koos voor de zakelijke kant met onder meer zijn vliegmaatschappijen en ja, James Hunt voor de genotsmiddelen.”

Lossere samenleving

Met terugwerkende kracht zou je kunnen concluderen dat James Hunt alleen getolereerd kon worden in de jaren zeventig, waar de samenleving wat losser leek afgesteld. Dat er eigenlijk nog natuurwetten bestonden in plaats van beleidsregels. En ja, vooral toen mannen nog mannen waren, met hun bakkebaarden en Viking-manen, of ze nou in het Nederlandse Elftal editie WK ‘74 zaten, AC/DC, of de Rote Armee Faktion.

Veertig jaar later, in het comfortabele Imperial Hotel in Wenen, moet Niki Lauda even lang nadenken over de vraag, of de strak geleide multinational die de Formule 1 anno 2015 is geworden nog ongepolijste en bonte karakters tolereert. “Uhm, de laatste rauwdouwer, dat was misschien Mika Häkkinen, maar ja, inderdaad neem nu Sebastian Vettel (viervoudig wereldkampioen, nu rijdend voor Ferrari, red.), die kennen we alleen als coureur, maar niet als mens. En dat is best jammer.”

 

‘De coureurs lijken tegenwoordig wel meer operators geworden met witte handschoentjes. Uh, straks gaan ze elkaar nog slaan met handtasjes’

 

 

Inmiddels beschouwt Niki Lauda de races nog steeds intensief als gast-commentator bij de Duitse televisie en hij constateert dan ook droogjes dat de motorsport ‘veel klinischer en veiliger’ is geworden. “Dan krijg je automatisch andere persoonlijkheden in de wagen.”

Voorspelbare wedstrijden

Dat is tevens Jan Lammers, redelijk tot zijn leedwezen, opgevallen. “Kijk, Jos Verstappen heeft natuurlijk wat gedoetjes gehad, maar een echte kerel is het wel. De coureurs lijken tegenwoordig wel meer operators geworden met witte handschoentjes. Uh, straks gaan ze elkaar nog slaan met handtasjes, haha. Al die technische hulpmiddelen hebben het ze ook wel gemakkelijk gemaakt nu. Blaren op de handen van het schakelen kennen ze niet, want de pook is er niet meer. Ook weegt hun helm geen tien kilo meer, zoals bij ons nog. Man, als je daar G-krachten op kreeg…heavy, hoor. De wedstrijden zijn voorspelbaar geworden, en dat is eigenlijk een ander woord voor saai. Als je kijkt naar het aantal fatale incidenten dan is, geen grapje, golfen vele malen dodelijker dan de Formule 1. Joh, daar bestaat geen klimaat meer voor echte kerels.”

Maar nog niet in de jaren zeventig. Het levende bewijs zit nog steeds voor ons. Met de jaren mogen Lauda’s littekens en huidtransplantaties in zijn gezicht dan gestaag gecamoufleerd zijn door rimpels en andere vormen van veroudering, hij is nog steeds een zichtbaar gehavende man. Al komt Lauda inmiddels wel over als een aardige oudere oom en blijkt hij niet meer die perfectionistische driftkikker, die zijn monteurs terroriseert. “Of het ongeluk mijn carrière gedefinieerd heeft?”
Hij laat de stelling in de lucht hangen. Dan, haast schamper: “Niet echt, het was eerder een lastige onderbreking.”

Menselijke kant

Hetgeen klopt. Nauwelijks zes weken later nam Niki Lauda, na een werkelijk moordend revalidatieregime, waarbij bijvoorbeeld zijn beschadigde longen via zijn keel met stalen (!) buizen herhaaldelijk moesten worden leeggezogen, weer plaats op zijn Ferrari-stoeltje. Opdat hij de strijd met James Hunt kon hervatten. Maar, erkent hij, het heeft zijn imago wel veranderd. “Ik kreeg in één keer een menselijke kant, kennelijk. Kijk, ik ben en was nooit zo open. Ik zoek nooit naar waardering en erkenning bij andere mensen. Laat staan, dat ik snel emotionele banden met mensen aanga. Maar dat was precies wat het grote publiek wel met mij deed, na dat ongeluk. Ik ben nooit zo bezig geweest met mijn populariteit, maar het ongeluk heeft me wel een andere dimensie gegeven.”

Jan Lammers kent zowel Lauda als Hunt uit zijn eigen verblijf in de Formule 1. “Wel in hun nadagen, hoor. Maar ik vond ze aardig en vaak opvallend behulpzaam.”
Het is een sentiment dat Jan Lammers dan als prille 23-jarige Benjamin op het circuit vaak losmaakt. “Het was voor mij ook niet alleen een sportieve, maar ook een sociale uitdaging. Ik ging voor het eerst de wereld over. Andere talen. Andere culturen. Dat was minstens zo indrukwekkend.”

Zen

Met een milde vorm van weemoed kijkt Lammers, die jaarlijks nog zeer verdienstelijk uitkomt in de 24 Uur van Le Mans, terug op dat hoofdstuk. “Als ik muziek uit die tijd hoor, of beelden van kleding of horloges uit die tijd zie, dan word acuut weer teruggeworpen, ja.”

Lauda niet: “Ach ja, de jaren zeventig. Toen autorijden gevaarlijk was, en de seks safe, haha. Maar life goes on, ik leef vandaag, denk aan morgen en koester de herinneringen. Meer niet.”
De gelouterde Oostenrijker heeft op 66-jarige leeftijd zijn eigen zen bereikt. “Er is geen moeilijke situatie, die ik niet aankan. Ik lach nu om alles.”

Zijn voormalige tegenstrever James Hunt, is al meer dan twintig jaar dood. Nadat de rock-’n-roll-racer eind jaren tachtig was uitgeraasd, stichtte hij een gezinnetje. Maar op 45-jarige leeftijd overleed hij plots aan een hartaanval. Lauda: “We waren elkaars vijanden wellicht, maar ik had altijd respect voor hem. En als ik in zijn ogen keek, wist ik altijd precies wat hij dacht. Dat had ik niet bij een andere coureur, eigenlijk.  Misschien waren we wel broers, op zoek naar dezelfde gunst, een GP-kampioenschap.”
Op reflecterende toon zegt hij nu zacht: “Ik had het niet willen missen, de racerij in de jaren zeventig. Heel eerlijk: misschien had ik toen wel meer plezier in m’n leven, dan nu.”