Islamofobie als leugenachtig begrip ontmaskerd

29-12-2015 15:08

Twee dagen voordat hij op 7 januari 2015 door een islamofascistisch kalashnikovcommando werd vermoord, legde Charb, cartoonist en hoofdredacteur van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo, de laatste hand aan een tekst die hij de titel Lettre aux escroqs de l’islamophobie qui font le jeu des racistes had gegeven. Als hij langer had geleefd had hij misschien een kortere titel gekozen, maar dat zullen we nooit weten. Medio 2015 werd het in Frankrijk gepubliceerd en in december verscheen een goede Nederlandse vertaling van de hand van Gertrud Maes en Martine Woudt bij Lebowski Publishers onder de titel Brief aan de huichelaars die het racisme voeden met een voorwoord van de Amerikaanse schrijver Adam Gopnik.

Charb, nom de plume van Stéphane Charbonnier (1967-2015), schreef het 125 bladzijden tellende boek om Charlie Hebdo te verdedigen tegen de beschuldiging van – tatarataa!– ‘islamafobie’. Die beschuldiging kwam van islamitische organisaties en sommige intellectuelen uit vooral – helaas, het is niet anders – linkse hoek. En Charb wijst op een bijzonder mechanisme: die beschuldiging speelt het racisme in de kaart.

Racisme

CharbVoordat we verder gaan moet men weten dat, in tegenstelling tot wat vaak geroepen wordt, kritiek op de islam niet de boventoon voerde bij Charlie. En die kritiek was geen kritiek op de islam op zich, laat staan op gewone moslims, maar op uitwassen van de fundamentalistische islam, met als ergste uitwassen het terrorisme en de gruwelen van ISIS en aanverwanten.

Uit onderzoek door het Franse dagblad Le Monde bleek dat ‘de islam’ in de laatste jaren slechts zeven procent van de onderwerpen uitmaakte. Waar Charlie veel meer aandacht aan besteedde was racisme. Rechtse politici en het Front National waren het voornaamste doelwit van Charlie. En als je weet wat een tuig daaronder zit: terecht. De ironie is dat Charlie, door de racisten aan te vallen, het vaak opnam voor moslims. Niet omdat het moslims, maar slachtoffers van racisme waren. Charb constateert echter dat de term ‘racisme’ langzamerhand wordt vervangen door ‘islamofobie’:

 

“Wanneer een vrouw met een hoofddoek wordt beledigd en wordt aangevallen omdat ze als moslima gesluierd gaat (de ongrijpbare agressor wordt gewoonlijk omschreven als skinhead), steunt de anti-islamofoob het slachtoffer als vertegenwoordigster van de islam. Niet omdat een burger vanwege haar geloof door een fascist onder handen is genomen. Voor haar pleitbezorger telt niet het zwaarst dat ze is aangevallen als burger die het recht heeft zich te kleden zoals ze dat wil, maar dat ze is aangevallen als moslima. Het werkelijke slachtoffer is de islam. God mag dan wel ver boven de gelovige worden gesteld, maar door haar te kwetsen heeft men geprobeerd God te raken. Voor de strijder tegen islamofobie is dát echt ontoelaatbaar.

Daarom hebben de anti-islamofoben over wie het hier gaat zichzelf niet uitgeroepen tot ‘antimoslimfoben’. Ze beschouwen de moslims voor wie ze opkomen louter als instrumenten van God.

Ze doen het zodanig dat we de indruk zouden kunnen krijgen dat buitenlanders of burgers van buitenlandse afkomst in Frankrijk alleen nog maar worden aangevallen omdat ze moslim zijn… Slachtoffers van racisme die van oorsprong Indiaas, Aziatisch, Roma, zwart-Afrikaans, Antilliaans enzovoort zijn, kunnen zich binnenkort maar beter bij een godsdienst aansluiten als ze willen dat er iemand voor hen opkomt.”

 

Islamofobie

Dit is waar het in het boek van Charb om draait. Hij zag dat een godsdienst, de islam, steeds meer plaats in de Franse samenleving opeist. En dat baarde hem zorgen. Want naast de vrijheid van meningsuiting, was de laïcité, de scheiding van kerk en staat, voor hem niet onderhandelbaar. Hij laat zien waar het denken in termen van islamofobie toe leidt.

 

“Communitaristische actievoerders die het begrip ‘islamofobie’ aan de gerechtelijke en politieke autoriteiten proberen op te dringen, hebben geen ander doel dan slachtoffers van racisme aan te zetten tot de verklaring dat ze moslims zijn. Neem me niet kwalijk, maar dat racisten ook islamofoob zijn, is bijna bijkomstig. Ze zijn in de eerste plaats racist, en via de islam mikken ze wel degelijk op buitenlanders of personen van buitenlandse afkomst. Door alleen nog maar naar de islamofobie bij de racist te kijken, wordt het racistische gevaar gebagatelliseerd. De antiracistische actievoerder van gisteren is aan het veranderen in een supergespecialiseerde grossier in een minderheidsvorm van discriminatie. De strijd tegen racisme richt zich tegen alle vormen van racisme, maar waartegen is de strijd tegen islamofobie gericht? Tegen de kritiek op een godsdienst of tegen de afschuw van zijn beoefenaars, omdat ze van buitenlandse afkomst zijn? Terwijl wij discussiëren om erachter te komen of het al dan niet een vorm van racisme is als je de Koran een waardeloos boek noemt, lachen de racisten zich rot.”

 

Intellectuelen

Zo toont Charb aan hoe met de term ‘islamofobie’ niet alleen racisme wordt gebagatelliseerd, maar – omgekeerd – ook hoe kritiek op de islam als een soort racisme verdacht wordt gemaakt. Dit gebeurde zelfs nog na de slachtpartij van 7 januari. “Hoe durven de bourgeois-bohémiens van Charlie de religie van de sociale underdog belachelijk te maken?”, was de kritiek van linkse intellectuelen als Emmanuel Todd. In een paragraaf getiteld De elite die de moslims infantiliseert in naam van de strijd tegen islamofobie ontmaskert Charb dit type intellectuelen als de echte racisten:

 

“Als je suggereert dat je overal om kunt lachen, behalve om bepaalde kanten van de islam omdat moslims veel eerder gekwetst zijn dan de rest van de bevolking, wat doe je dan anders dan discrimineren? De tweede wereldgodsdienst, de vermeende tweede godsdienst van Frankrijk, zou niet mogen worden behandeld zoals de eerste? Dan wordt het toch tijd om een einde te maken aan dat walgelijk paternalisme van de intellectuele blanke, ‘linkse’ bourgeois die probeert te leven met de ‘arme, onderontwikkelde stakkers’ ‘

“Ik ben hoogopgeleid en natuurlijk begrijp ik dat Charlie Hebdo grappen maakt, aangezien ik enerzijds heel intelligent ben en het anderzijds mijn cultuur is. Maar uit respect voor jullie, die nog niet hebben ontdekt wat ‘figuurlijk’ betekent, zal ik uit solidariteit deze islamofobe tekeningen hekelen en doen alsof ik ze niet begrijp. Ik zal me op jullie niveau plaatsen om jullie te laten zien dat ik van jullie houd… En als ik me tot de islam moet bekeren om nog dichter bij jullie te staan, dan doe ik dat!”
Deze belachelijke demogogen hebben gewoon een enorme behoefte aan erkenning en een gigantische overheersingsfantasie die ze moeten bevredigen.”

 

Zo geeft Charb vanuit het graf de ijdele kwast Todd en zijnsgelijken een dodelijk antwoord.

Kaliber

Voor mij ligt de charme en de kracht van Charbs boek in het intellectuele niveau van de schrijver en de volharding waarmee hij de gordiaanse knoop van het islamofobie-discours ontwart. Als je het gemiddelde niveau van het islamdebat in Nederland kritisch beschouwt – je zou er haast moslim van worden, zeg! – dan kun je slechts concluderen dat we wel iemand van het kaliber Charb kunnen gebruiken, al was het maar omdat hij ook nog eens ontzettend geestige, keiharde en smerige tekeningen kon maken. Iedereen die aan het islamdebat wil deelnemen moet dit boek lezen.

 

Brief aan de huichelaars die het racisme voeden is voor  6,99 euro in de iTunes Store te downloaden.