Interview

Brusselse bubbel – De lobbyist: Inspraak en transparantie prima geregeld in de EU

10-03-2016 11:57

Het immense kantoorgebouw staat niet in de Europawijk, waar je verwacht veel lobbyisten tegen te komen. Dit complex is een chique bedrijfsverzamelgebouw maar staat toch aan de rand van een van de slechtste wijken van Brussel. Op het langgerekte binnenplein is het terras van de Espressobar redelijk gevuld met keurig geklede mannen en vrouwen. Hier ontmoet uw verslaggever een eerste onbekende Nederlander uit de ‘Brusselse bubbel’: Menno Bart, lobbyist voor de uitzendbranche. Vroeger werkte hij als ambtenaar bij een Nederlands ministerie. Nu is hij alweer vier jaar lobbyist.

“Brussel is transparanter dan veel mensen denken”, meldt de dertiger die binnenkort uit de Europese hoofdstad vertrekt. “Je moet je er natuurlijk wel in verdiepen.” Menno ziet geen groot verschil tussen de transparantie van de EU en die van Den Haag: “In Den Haag zijn ook achterkamers. Als het daar moeilijk wordt, gaan de deuren ook dicht. Daar kunnen we ons als Nederlanders alleen meer bij voorstellen. We weten beter wie de mensen in Den Haag zijn.”

Stappenplan met consultatierondes

Menno vindt dat het andersom is. Hoe komt beleid in de beginfase tot stand? Bij een Nederlands ministerie bepalen ambtenaren zelf wie er in die fase mee mogen praten. “Daar doen alleen de usual suspects aan mee.” In de EU gaat dat anders: “hier kan iedereen meepraten.” Er bestaat een stappenplan hoe beleid wordt gemaakt: er zijn “white papers” en “green papers” en daar zijn “consultatierondes” over. Iedereen kan input leveren, garandeert Menno.

Maar de EU wordt niet ervaren als transparant, stribbelt uw verslaggever tegen. Menno weet niet hoe dat komt. Misschien willen mensen graag hun eigen beeld bevestigd zien? Er zijn heel erg veel thema’s en er zijn veel instanties, dus kennis van het systeem is wel nodig om de EU te begrijpen, lijkt hij te willen zeggen. “Echt anders is dat in Nederland niet, maar Den Haag is dichterbij en dus bekender”, denkt hij.

Interne lobby is het belangrijkst

“Is dit niet de blik van insiders?” vraagt uw verslaggever. Nu blijkt hoe lastig het werk van lobbyisten is, want hier raken we aan het grootste probleem van de lobbyist: “de lobby bij de eigen achterban is vaak belangrijker dan die in het Brusselse.” Lobbyisten moeten hun achterban “wakker schudden” dat er Europese regels aankomen. Processen in Brussel duren lang en dus is dat wakker schudden hard nodig. “Zaken die nu besproken worden zijn pas over een paar jaar een probleem. Intern denken mensen vaak: dat zien we dan wel weer,” aldus Menno: “maar een paar jaar later zeggen diezelfde mensen: waarom is daar nooit wat mee gedaan?”

Het antwoord op die laatste vraag ligt voor de hand: toen beleid nog veranderd kon worden was de invoering ver weg. De agenda in Brussel loopt enorm voor op die in Nederland. Maar als je de Brusselse agenda niet volgt, mis je de belangrijkste kansen om invloed uit te oefenen. Tegen de tijd dat je iets van het beleid merkt, is het te laat. Zo blijken die mogelijkheden om EU-beleid te veranderen wel te bestaan, maar missen velen de boot omdat ze simpelweg te laat over Brusselse maatregelen nadenken. Zo hebben al die inspraakmogelijkheden alsnog weinig zin.

Dit jaar doet Chris Aalberts onder de titel Bruslog – Brusselse logica – verslag van Europese politiek in Brussel, in Den Haag en in het land. Chris is momenteel op zoek naar Nederlanders in Brussel.