Achtergrond

Opiniepeiling Maurice de Hond: Komende Tweede Kamerverkiezingen worden opkomstverkiezingen

08-11-2020 09:50

Het Torentje. © pixabay

Ook deze week zien we geen verschuivingen in politieke voorkeur. De resultaten van de Amerikaanse verkiezingen leert ons weer veel over een trend, die ook in Nederland waarneembaar is.

Net zoals bij de Amerikaanse verkiezingen van 2016 horen en zien we in de Nederlandse media dit keer vooral verbazing dat zoveel mensen (toch weer) voor Trump gekozen hebben. Uit de analyses in de VS lijkt de geringe verschuiving van de uitkomst vooral voort te komen uit het verschil in mate van opkomst tussen kiezers van de democratische partij tussen 2016 en 2020 en veel minder doordat er Republikeinen uit 2016 nu overgestapt zijn naar de Democraten.

Een polarisatie met een scherpe scheidslijn, die ik nu al een tijd beschrijf als de tegenstelling tussen Ajax- en Feyenoordsupporters. Die twee groepen supporters bekijken de wedstrijd met een compleet verschillende bril. Hebben weinig respect voor elkaar. En zullen niet van de ene club naar de andere club overlopen.

In Nederland is iets vergelijkbaar aan de hand. Het wordt wat gemaskeerd doordat ons meerpartijen systeem omdat de tweedeling in Nederland niet 50-50 is, maar eerder 70-30.

In september 2016 heb ik de antwoorden op twee vragen gevonden, die in combinatie met elkaar, die polarisatie goed liet zien. Die analyse heb ik sindsdien vaker uitgevoerd en het was en is opmerkelijk hoe groot de stabiliteit er van is.

De twee vragen waren “Maakt u zich zorgen om uw financiele toekomst?” en “Als u de ontwikkelingen overziet van de afgelopen 5 à 10 jaar vindt u dan dat die voor u meer kansen biedt of meer bedreigingen hebben opgeleverd”. Dit zijn de cijfes van dit moment:

Bijna de helft van de Nederlanders maken zich op dit moment zorgen over hun financiele toekomst, maar dat was 4 jaar geleden ook ongeveer zo. Het is fascinerend om vast te stellen dat deze tabel in de periode van 2016 tot nu amper veranderd is. Ook in de afgelopen 7 maanden zien we slechts kleine verschuivingen!

Als we deze vraagcombinatie als insteek nemen om de stemvoorkeuren te zien dan zien we ook een grote mate van stabiliteit.

Er zijn drie groepen partijen:

  • PVV, FVD, SP en 50PLUS met een sterke oververtegenwoordiging van mensen die zich wel zorgen maken over hun financiele toekomst en mensen die vooral bedreigingen zien.
  • VVD, CDA, D66 en GroenLinks met een duidelijke oververtegenwoordiging van mensen die zich geen zorgen maken over hun financiele toekomst en van mensen die vooral kansen zien.PvdA, PvdD en CU+SGP die er tussenin zitten.
    Het lijkt erop dat als kiezers van partij wisselen ze ,dat voor het overgrote deel doen binnen die hoofdgroepen. Maar de omvang van die hoofgroepen is vanaf 2016 weinig gevarieerd.

Juist bij een sterke polarisatie zie je deze vorm van stabiliteit tussen de groepen. Als er verschuivingen zijn dan zijn binnen de groepen zelf.

Mede gezien de ervaringen in de VS leert dit ons het volgende:

  • De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 zal ook in lijn blijven van dit patroon. PVV, FVD, SP en 50PLUS zullen bij elkaar rond de 30% halen. VVD, CDA, GroenLinks en D66 zullen samen rond de 45% halen. Alleen als de PvdA nog duidelijk zou aantrekken dan zal die score wat lager zijn,
  • De strijd bij de Tweede Kamerverkiezingen zal met name gaan in welke mate men de eigen (groep) kiezers kan laten opkomen. Daarbij spelen de voorgenomen plannen om te mogen stemmen per post een pikante rol. In de VS is er veel gestemd per post. Het zou best kunnen dat de hogere opkomst in de VS daardoor vooral is ontstaan. Maar in Nederland is men alleen van plan om kiezers boven de 70 jaar dat recht te geven. Dat zou best eens wat kunnen gaan uitmaken bij die verkiezingen. Want als daardoor relatief gezien die groep boven de 70 wat beter “opkomt” dan zal dat de partijen die vooral oudere kiezers hebben (CDA en PvdA met name) daar wat voordeel uit zullen trekken.
  • Ten slotte is het van belang dat we in Nederland ons veel beter bewust worden van een polarisatie, die maar weinig verschilt van die van de VS. Alleen is de ene groep niet ongeveer de helft, maar bijna een derde. Dat neemt niet weg dat zowel de andere partijen als degenen die de Nederlandse politiek in de media beschouwen en becommentarieren zich van deze tweedeling bewust moeten zijn en vooral moeten kijken of er vormen van overbrugging mogelijk zijn. Want anders zal die polarisatie nog verder toenemen met alle gevolgen van dien. Met het vingertje wijzen naar de situatie in de VS is wat minder productief dan te zoeken naar oplossingen in Nederland.

Misschien zal het verkiezingsresultaat van 17 maart 2021 een dusdanige puzzel opleveren om een regering te vormen, dat het een moment zal zijn waarop we nieuwe wegen moeten zoeken om een regering tte vormen en een stelsel op te tuigen waar de polarisatie niet toeneemt, maar afneemt.