Eduard Bomhoff – Lessen van Den Uyl en Thatcher voor de kabinetsformatie van nu

25-04-2021 16:11

Herman Tjeenk Willink als informateur in 2017 in de Tweede Kamer.

Mogelijk hebt u dat wel  eerder gezien: vraag en aanbod in een simpel diagram (zie hieronder). Doen we dat voor een nationale economie, dan staat het prijspijl op de verticale as en het bruto binnenlands product (bbp) horizontaal. Gunstig is, wanneer die twee lijnen allebei naar rechts verschuiven want dan blijft het prijspijl stabiel – geen risico van inflatie – en groeit het bbp.

Belangrijk voor dit gunstige scenario: eerst moet het aanbod stijgen door meer (of beter betaalde) gewerkte uren. Door de uitbetaalde salarissen stijgt daarna ook de vraag. De volgorde is andersom wanneer we beginnen aan de vraaagkant.

Als het volgende kabinet doorzet om 102 miljard (voornamelijk) te besteden aan de versterking van het electriciteitsnet, zodat Nederland (als enige in de wereld) gas kan vervangen door electriciteit voor woningverwarming, dan neemt de vraag toe met die 102 miljard – de vraaglijn schuift naar rechts. Om dat te betalen moeten dan de electriciteitstarieven en de belastingen omhoog.

Als Nederland al die kabels zelf kan maken, dan groeit het aanbod van de kabelfabieken en daalt tegelijk het aanbod van alle andere bedrijven, die lijden onder de hogere belastingen en de nog duurdere energie. De totale productie van de economie blijft dus ongeveer gelijk, en Nederland maakt meer kabels en minder van al het andere.  De vraaglijn schuift naar rechts; de aanbodlijn doet weinig of niets. Resultaat in het diagram en in de werkelijkheid: hoger bbp maar ook hogere prijzen (inflatie).

Er is het risico van een veel slechtere uitkomst in dit scenario. Onze energie-rekening bestaat voor 40 procent uit belasting en voor meer dan 20 procent uit kosten van het netwerk. Wordt dat nog hoger, dan verliezen Nederlandse bedrijven in Europa aan marktaandeel door hoge energiekosten – die zijn voor bedrijven nu al 26 procent duurder dan in Frankrijk – en winnen Franse bedrijven, waar de energie zo veel goedkoper is door inzet van kerncentrales.  Dan gaat de vraaglijn nog steeds fors naar rechts, maar de aanbodlijn naar links en beweegt het snijpunt steeds meer naar boven.

Joop den Uyl pakte de economie aan bij de vraagzijde. Resultaat: eerst nog groei en later steeds meer inflatie. Margaret Thatcher in Engeland werkte – na de Falklandoorlog – aan de aanbodzijde. Uitkomst: een meer dynamische economie en stabiele prijzen.

Bij onze laatste verkiezingen in maart zie ik bij de nieuwe partij JA21 de duidelijkste signalen van een focus op de aanbodzijde: lagere belastingen, minder BTW, minder bureaucratie en klimaatbeleid dat inzet op research naar schonere landbouw en schonere energie. Subsidies aan Wageningen en Delft voor research kosten natuurlijk belastinggeld, maar verdienen zich terug wanneer de research succesvol is en behulpzaam voor onze boeren en andere ondernemers.

Andersom is GroenLinks volop in de traditie van Den Uyl: ‘Laat Nederland weer pionieren’ staat bovenin het verkiezingsprogramma. Bij GroenLinks mag dat wat kosten en krijgen bedrijven te maken met de giftige combinatie van hogere belastingen en duurdere energie. De aanbodlijn schuift naar links omdat bedrijven het hier opgeven terwijl consumenten gaan zoeken naar goedkopere import.

Aanvankelijk zien we dat niet in de cijfers voor de economische groei, want de vraaglijn gaat naar rechts door de al genoemde 102 miljard voor het stroomnet en andere uitgaven. Over een paar jaar is dat uitgewerkt, en resteert de schade aan de aanbodzijde. Inflatie is ook een risico, omdat de extra bestedingen door de overheid aan het klimaat samenvallen met de extra uitgaven van de gezinnen die vorig jaar 18 procent van hun inkomen spaarden en van dat geld in 2022 en 2023 op reis gaan.

In de VS is president Biden bezweken voor de verleiding om de economie aan te pakken via de vraaglijn. Zijn eerste verzoek om geld voor werkloosheidsuitkeringen verdiende alle steun, maar het nieuwe plan om 2700 miljard dollar uit te geven aan ‘infrastructuur’ heeft een vals etiket.

Het vorige program voor infrastructuur uit 2015 kostte 300 miljard, werd door Democraten en Republikeinen gesteund en ging inderdaad naar wegen en bruggen. Dit keer is niet meer dan een derde deel bestemd voor echte infrastructuur, maar de rest is voor allerlei sociale programma’s en andere uitgaven die niets met infrastructuur te doen hebben.

Ook in de VS duwt de overheid de vraaglijn met al die bestedingen naar rechts, terwijl tegelijkertijd de gezinnen hun opgepotte spaargeld gaan uitgeven zodra covid-19 genoeg is afgezwakt. Die dubbele push op de vraaglijn gaat in de VS leiden tot een terugkeer van de inflatie.

Nog één keer de theorie van het diagram: covid-19 was een negatieve schok op de aanbodlijn, enigszins te vergelijken met de olieprijsschokken van 1973 en 1979. Overheden reageerden toen en nu  met grote bedragen om de vraaglijn naar rechts te schuiven. Resultaat in het diagram hierboven,  en  destijds ook realiteit:  tijdelijk steun voor het bbp, maar daarna inflatie.

Correcte respons op een aanbodschok: help de werkloze mensen met fatsoenlijke uitkeringen en probeer de aanbodzijde van de economie te versterken voor de tijd ná de crisis. De KLM zal onvermijdelijk krimpen; probeer dan de toekomst voor andere sectoren makkelijker te maken.

Het beste recept is deze keer: beter onderwijs. Niet zozeer kleinere klassen, maar hogere salarissen om de docenten te behouden en in 2022 en 2023 een eenmalig groot inhaalprogramma om de schade van covid-19 voor jongeren te repareren.

Beter onderwijs betaalt zich terug wanneer werknemers beter en leuker werk hebben en bedrijven kunnen steunen op goed opgeleide werknemers. Dan gaan vraag en aanbod in parallel naar rechts en de economie groeit zonder inflatie; de beste uitkomst, ook voor de GL-aanhangers die dan meer budget hebben voor natuur en klimaat.

Deze column verscheen eerder op Wynia’s Week. Wynia’s Week blijft ook bij de kabinetsformatie op het vinkentouw zitten. Waardeert u deze onafhankelijke journalistiek? Uw steun maakt Wynia’s Week mogelijk. U kunt HIER donateur worden. Hartelijk dank!