Opinie

Jiskefet leeft alleen nog in de creaties van Herman Koch en Michiel Romeyn 

06-10-2021 13:23

Het komisch-absurdistische televisieprogramma Jiskefet leeft nog enigszins voort, althans het gedachtegoed, in de creaties en uitingen van makers Herman Koch en Michiel Romeyn. Van Kochs hand ligt een nieuwe roman (alweer zijn tiende) in de boekwinkel, Een film met Sophia. En Michiel Romeyn liet zijn levensverhaal optekenen door Robert Lagendijk in de biografie Michiel Romeyn – Bepaal jij dat?

De derde man achter Jiskefet, Kees Prins, laten we buiten beschouwing want die is afgedwaald naar het musicalbedrijf van Joop van den Ende. Puur verraad, volgens Romeyn. In Jiskefet dat van 1990 tot 2005 te zien was werden juist Nederlands cabaret, musicals, film en toneel op de hak genomen. Een frisse, snerende wind die op tijd door Hilversum woei want bij de VPRO begonnen de typetjes en sketches van Van Kooten en De Bie nogal oubollig te worden. Jiskefet was ontregelend in de geest van Wim T. Schippers, met sketches die vaak een pointe misten, maar wel een milieu (corpsballen in de Lullo’s en het kantoorleven in Debiteuren Crediteuren) op grappige wijze konden fileren.

Het dedain richting de film- en toneelwereld vult ook vele pagina’s van de roman Een film met Sophia over een regisseur in de boomercategorie die een mooi 16-jarig meisje als actrice inhuurt, vooral omdat zij bij eerste aanblik zijn begeerte wekt:

“Ik had medelijden met ze, negentig procent van de Nederlandse filmmakers draait de ene flop na de ander . Misschien kunnen ze zelf nog wel wat, maar ondanks al hun goede bedoelingen zijn ze al bij voorbaat gedoemd omdat ze te maken hebben met Nederlandse acteurs, het meest verwende, zelfingenomen deel van de Nederlandse samenleving met hun toneelstemmen en opgetrokken wenkbrauwen.”

Dat kunnen ze in hun zak steken, al die acteurs en regisseurs die een week geleden nog trots over de rode loper paradeerden in Utrecht om Hollywoodje te spelen ter gelegenheid van het Nederlands Film Festival. Het moet gezegd: als ik de kop van pakweg Pierre Bokma zie opduiken in een film of tv-serie dan geef ik gelijk alle hoop op meegevoerd te worden in een geloofwaardige creatie van de regisseur.

Een ander pijnpunt in de filmwereld dat Koch in zijn roman aansnijdt is de bevoogdende rol van het Nederlands Filmfonds bij het toekennen van subsidies. Zonder subsidie is het vrijwel onmogelijk een film van de grond te krijgen. Dus heeft een regisseur zich te voegen naar de aanwijzingen van het Fonds:

“Ik wist wat de beoordelingscommissie graag wilde lezen: positief ingestelde karakters, alleenstaande moeders die op een groene markt een milieudeskundige ontmoeten die de man van hun leven wordt, een heroïneverslaafde die van zijn verslaving afkomt in een geitenboerderij voor jongeren in de Pyreneeën. Je moest ook goed weten welke dingen absoluut verboden waren: iemand met een donkere huidskleur en een migratieachtergrond die een gewapende roofoverval pleegt, een op zich best aantrekkelijke vrouw die haar hele leven alleen blijft omdat ze te dom en egocentrisch is om een man naast zich te kunnen dulden.”

Niet bepaald een klimaat om eigenzinnig filmtalent te ondersteunen dat wars is van politieke en sociale correctheid. Herman Koch leeft zich helemaal uit in zijn soms wat langdradige uithalen naar actreutels (geleend van wijlen Ischa Meijer) en ruggengraatloze regisseurs die het film- en toneelwezen in dit land op NAP-niveau (Normaal Amsterdams Peil) houden terwijl andere kleine landen als België, Denemarken, Roemenië en IJsland wel internationaal furore maken met aansprekende filmproducties.

Je zou bijna vergeten dat je een roman leest en niet een pamflet. Ook al omdat de plot over de foute relatie tussen een oude man en een jong meisje zelf weinig verrassend is en je aan alles merkt dat Koch vooral op zijn schrijversroutine drijft in deze roman. Niet dat je het hem kwalijk kan nemen dat er eens een wat minder geslaagd exemplaar aan zijn oeuvre wordt toegevoegd. Hij is ongekend succesvol met zijn formule van plotgedreven romans gelardeerd met vileine commentaren op het moderne leven. Het Diner kwam in 37 landen uit en ook met de boeken erna sleepte hij tonnen aan royalty’s binnen.

Literair succes waar zijn bloedgabber bij Jiskefet, Michiel Romeyn, met enige afgunst naar kijkt. Want die heeft na de hoogtijdagen van de Lullo’s, Debiteuren Crediteuren en de Heeren van de Bruyne Ster nooit meer zijn draai weten te vinden. De biografie van Robert Lagendijk – overigens een groot woord voor een verzameling vermakelijke anekdotes – beschrijft het leven van Romeyn na Jiskefet (vuilnisvat in het Fries) als ‘het zwarte gat’. Frustatie, zelfbeklag en gevoelens van miskenning wisselen elkaar af als Romeyn vertelt over zijn lotgevallen als acteur,  bedenker en presentator van een kunstprogramma voor de AVRO en samensteller van ArtZuid in Amsterdam.

Het komt allemaal niet echt van de grond. Het is de tragiek van de man die erkenning wenst als autonoom kunstenaar en weet dat zijn kracht ligt in het improviseren, niet het spelen van een rol als marionet van een regisseur. Dit jaar kon hij na herhaaldelijk afgewezen te zijn bij de publieke omroep een zesdelige sketchserie maken voor Amazon Prime: TRECX. Romeyn speelt weer uiteenlopende typetjes en zuigt, zeurt en grimast erop los. Schrijnend als vanouds en vaak ook geestig. Maar je kunt er niet omheen dat hij zonder de inbreng van Herman Koch en Kees Prins niet meer het hoge niveau van Jiskefet haalt.

Een programma als Jiskefet zou ook niet meer getolereerd worden op de Nederlandse televisie. Minderheden zijn heilig verklaard en dan zien ze je aankomen in Hilversum met ‘de witte neger’ Oboema Sesetokoe die een boomhut in Afrika verruilde voor een flat in de Bijlmer. Of met drie Groningse dames die vanwege de winterkou cruisende homo’s in een bos brood willen voeren.