Essay

Social media zijn de vijand van deze eeuw, tirannen vermomd als vredeskoning

14-12-2021 15:07

Mark Zuckerberg
Phil Pasquini/Shutterstock.com

Nobelprijs voor de Vrede-winnaar Maria Ressa waarschuwde in haar acceptatiespeech voor het gevaar van social media, het grootste probleem van deze tijd. De haat en polarisatie die wordt aangezwengeld door social media is zo intens, zo ongekend, zo kwaadaardig en zo overweldigend dat geen enkele maatschappij zich daartegen kan verweren. Het zijn geen barbaren aan de poort, de barbaren bevinden zich al lang binnen de stadsmuren.

Doneer aan TPO

In Myanmar leidde het tot massamoord, in India tot etnisch geweld, in de VS tot gevaarlijke samenzweringen en huiveringwekkende complotten, in vrijwel elk land tot de massale verspreiding van nepnieuws en desinformatie. En het blijft zichzelf versterken. Het is een sociaal perepetuum mobile. Een zwart gat waaruit niet valt te ontsnappen, waarin de haat de enige constante is.

Onder het nieuwsbericht op de Facebookpagina van de NOS over de dreigmail die viroloog Marion Koopmans op Twitter deelde stonden binnen een paar uur duizenden comments. Een groot gedeelte van die comments bestaan uit nog meer haat, nog meer dreigementen, nieuwe intimidaties aan het adres van Koopmans. Of op z’n minst het (al dan niet lafjes gecamoufleerd onder ‘Bedreigen is heel erg, maar…’) goedkeuren van dreigementen aan het adres van Koopmans.

Lees ook: BRIEFJE VAN JAN – Aan de haters

Er zijn duizenden nieuwsberichten op duizenden Facebook-pagina’s van nieuwszenders, kranten en nieuwssites. Onder elk nieuwsbericht staan duizenden comments. Dat zijn miljoenen, miljarden comments die haatzaaien, bedreigen, intimideren, liegen, nepnieuws verzinnen, desinformatie rondpompen, oproepen tot geweld en samen de gitzwarte kanker die de kern van social media is levend houden en voeden.

De conclusie is even duister als simpel: na jarenlang te zijn blootgesteld aan en gebraindwashed te zijn door social media is haten, intimideren en bedreigen normaal geworden. Volkomen normaal. Een volledig geaccepteerde, bijna reflexmatige vorm van communiceren.

Lees ook: Wellicht is het enige echte probate middel tegen Facebook een tegenkracht van formaat

Hieronder een kleine (al te kleine) greep uit die comments. Het zijn er zoveel dat er niet tegenop valt te screenshotten. Voor elk screenshot dat je maakt zijn er alweer tientallen nieuwe comments bijgekomen. Dit gaat 24 uur per dag, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar zo door. Een voortdurende injectie met de meest gitifige vorm van communicatie in de geschiedenis van de mensheid. Ongemodereerd. Ongefilterd. Onbeperkt. Zonder dat iemand het ook maar een strobreed in de weg legt.

Het is vloeibare, lichtontvlambare allesvernietigende ‘vrije mening’. De nazi’s, de sovjets, de duivel zelf, ze hebben slechts kunnen dromen van zoveel onbegrensde mogelijkheden tot het ondermijnen van alles wat beschaving en menselijkheid is. Onbeperkte maar uiterst effectieve propaganda met slechts een muisklik. Wereldwijd verspreid. Een boze droom die maar werkelijkheid blijft zijn.

Social media vernietigt ons. Veel erger: we laten onszelf vernietigen door social media. We genieten er van. Zelfhaat en doodsdrift, verlangen naar het noodlot, maakten van social media een blind te aanbidden afgod.

Lees ook: Facebook: Titanic die nog niet tegen het ijs is gevaren, maar hoe dan ook zal zinken

Meningen zijn weliswaar bedoeld om vrij te zijn, maar ze zijn beslist nooit bedoeld om op reusachtige schaal oneindig te worden versterkt. De vrije mening, zo grotesk en massaal dat het alles overschreeuwt en iedereen de adem beneemt is de anti-vrijheid. Een ironische overdosis aan de zo lang en zo zwaar bevochten vrijheid als grootse verdienste van beschaving en democratie.

Social media zijn de vijand van deze eeuw. Een tiran waarvan men denkt dat het een vredeskoning is. En er is geen verlossing in zicht.

Zelden kwam het kwaad zo goed verpakt en sprak de verleiding van het slechte zovelen aan. Zelden deden zovelen zo weinig om het kwaad te keren.

 

Doneer aan Bert Brussen!