Het was weer een mooie start van het jaar. Emoties liepen snel en hoog op. Het was de week van de boycot. De boycot die niet bestond of er niet kwam, zoals naar Sotsji. Maar de grootste opwinding ontstaat in ons land nu eenmaal niet zelden over kleinigheden. En dus opende de Tweede Kamer het verkiezingsjaar 2014 in stijl. Nadat ingenieursbedrijf Haskoning al te kennen had gegeven af te zien van een (verdere studie naar) een waterzuiveringsproject in Oost-Jerusalem, en waterleidingsbedrijf Vitens zich ontmoedigd voelde samen te werken met haar Israëlische branchegenoot Mekorot, liet ook pensioenfonds PGGM weten enkele Israëlische banken uit te sluiten van haar investeringsportfolio. De teerling was geworpen.

Boycot Israël?

Het Israelisch-Palestijnse conflict is altijd goed voor de controverse en opwinding. Sinds ik buitenlandwoordvoerder ben heb ik gemerkt dat wij dit conflict in Nederland een beetje naspelen. Natuurlijk zonder de raketten en de stenen en zonder het getreiter of de illegale huizenbouw. Maar toch, een soort fantoomstrijd voor David en tegen Goliath, al dan niet in een omgekeerd perspectief.

Het rare van deze fantoom-strijd is dat de uitersten elkaar gemakkelijk vinden. Zij die Israel blind steunen, zien al snel een boycot in de acties van de drie genoemde bedrijven. Daar spreekt men dan schande van en men wordt bevestigd in de idee dat Israel telkens als zondebok wordt aangemerkt. Daartegenover staan zij die Israel nog het liefst zouden straffen al zou het land vandaag een vredesakkoord accepteren dat tot een Palestijnse staat leidt. Zij willen een boycot en dus zien ze er een en dus juichen zij de moedige bedrijven toe die alvast stelling namen. De arme bedrijven worden vervolgens onderdeel van de proxy-strijd en besluiten begrijpelijk verre te blijven van dit gebied, het eeuwige conflict dat er woedt en de Nederlandse naijver die het overdoet.

PGGM, Vitens en Haskoning

Pensioenfonds PGGM was het helderst in haar verklaring. “Dit is geen boycot, dat willen we ook niet. Maar we zijn wel teleurgesteld dat onze jarenlange inzet er niet toe leidde dat het Israëlische nederzettingen-beleid is gewijzigd en dus passen we onze portfolio iets aan.” Pensioenfondsen moeten in mijn ogen vooral rendement maken om pensioenen zeker te stellen, maar ze kunnen daarbij hun eigen regels en normen hanteren. Wellicht naïef te denken dat je het nederzettingenbeleid via een minimale investeringsportfeuille kunt beïnvloeden, ook nogal haaks op de vredespogingen van Kerry die desinvesteringen juist afraadde en wellicht ook wat hypocriet als de portfolio nog steeds dictaturen bevat….maar in de kern een soevereine afweging die vooral door de deelnemers in dit pensioenfonds kan worden bekritiseerd.  

Het arme waterbedrijf Vitens, met haar publieke aandeelhouders, heeft het veel lastiger. Het wilde zo graag samenwerken met een Israëlische branchegenoot die net als zijzelf in de Champions Leaque van waterbedrijven speelt, komen ineens vooraanstaande NGO’s met rapporten van de VN uitleggen dat het bewuste Mekorot de mensenrechten zou schenden. En als er dan ook nog een minister van Handel plots een bezoek afzegt tijdens een handelsmissie en ambtenaren van Buitenlandse Zaken reppen van een “ontmoedigingsbeleid”, dan maak je je uit de voeten. De verbazing van dit bedrijf moet groot geweest zijn toen het minister Timmermans vervolgens op TV, in debat en in Kamerbrieven zag verklaren dat samenwerken met Mekorot helemaal in orde was, dat de Nederlandse regering dat zelf ook deed en zelfs de Palestijnse Autoriteit zaken doet met Mekorot, nota bene als onderdeel van het Oslo-vredesakkoord. Vitens voelde zich ontmoedigd, maar was het niet. Ga er maar aanstaan als bedrijf.

Tenslotte Haskoning dat zich terugtrok uit Oost-Jerusalem waar het zuiver drinkwater wilde aanbieden, maar – mogelijk na interventie van het ministerie van Buitenlandse Zaken – daar vanaf zag. Maar Haskoning hult zich in nevelen over de beweegredenen en dus kan hen moeilijk worden aangewreven dat politieke motieven een rol spelen. Het mag niet verbazen dat de politiek zich daaraan niets gelegen liet en Haskoning, al naar gelang het eigen standpunt, gewoon in een boycot impliceerde. Speelde hier de ontmoediging die Haskoning zou kunnen hebben ervaren bij dit project, of is dit de ontmaskering van een doorgedreven activisme? Het is in ieder geval interessant dat minister Timmermans het “ontmoedigingsbeleid” voor activiteiten die rechtstreeks aan illegale nederzettingen bijdragen nu moet verdedigen tegen het activisme van diegenen die er het liefst een boycot in willen zien.

Han ten Broeke is Kamerlid voor de VVD. Samen met vier andere Kamerleden schrijft hij voor ThePostOnline de politieke wisselcolumn De Kamer van Vijf.

Eén reactie

  1. Het is opmerkelijk hoe succesvol de boycot-activisten het Israëlisch-Arabisch/Islamitisch conflict hebben kunnen vernauwen tot het machtige Israël versus de zielige Palestijnen. Het is blijkbaar volkomen acceptabel dat Palestijnen in Jordanië of Libanon nog steeds als vluchtelingen zonder rechten leven maar dat dit bijvoorbeeld onacceptabel zou zijn voor Duitsers afkomstig uit Silezië. Dit is een streek die volgens alle internationale normen Pools is maar niet wezenlijk anders behandeld zou kunnen worden als de Westoever.
    Ook is het normaal dat de Arabische/Islamitsche bevolking er vrij voor uit komt dat Israël vernietigd moet worden: een zelfstandig Palestijnse staat zal deze mening niet doen veranderen. Ook worden Israëlische concessies niet gezien als uitnodiging voor tegenconcessies maar eerder als teken van zwakte: vandaag een concessie hier, morgen of overmorgen een kapitulatie daar.

    Zelf zou ik Israël aanraden om een paar tandjes aggressiever te werk te gaan. De haat vermindert toch niet en hoe meer je nu pakt, dus te meer je straks kan meenemen in onderhandelingen met… De Arabische Liga / Organisatie van Islamitische Landen.