De ziekte zal ons voor onze zonden straffen

06-05-2013 09:08

De Grote Griepmeting is weer afgesloten. En het was ongetwijfeld een groot succes. Met meer deelnemers dan ooit, waardoor we nóg meer te weten zijn gekomen over het verloop van de vertrouwde winterse griepgolf. Jammer genoeg werkte de griep deze winter niet erg mee. Het was een doodgewoontje. Een griep die veelbelovend vroeg begon en ook lang aanhield, maar niet echt virulent bleek waardoor het aantal slachtoffers meeviel. Maar we blijven op onze hoede, uiteraard. We blijven graag meten.

Natuurlijk maken griepgolven altijd dodelijke slachtoffers. De griep is daar echter zelden alleen verantwoordelijk voor. Een griepaanval kan bij zeer zwakke kinderen en ouderen nét die ene complicatie zijn die de patiënt te veel wordt. Maar een gezonde volwassene die sterft aan de griep is een zeldzaamheid.

H7N9

Ook het nieuwste griepvirus, dat mogelijk de komende winter voor een griepgolf gaat zorgen, een virus met de aanduiding H7N9, is weliswaar niet ongevaarlijk maar zal tegen die tijd waarschijnlijk niet echt veel opzien baren. De Chinese autoriteiten schatten het aantal mensen dat aan deze griep lijdt of heeft geleden momenteel op rond de 150, en het aantal mogelijk aan H7N9 gerelateerde doden op rond de 25.

Dat klinkt als een onheilspellende verhouding, maar zoiets is standaard in een dergelijke vroege fase van detectie. Het aantal mensen dat de griep heeft maar onopgemerkt blijft is volstrekt onbekend, terwijl het dodental betrekking heeft op mensen met griepachtige verschijnselen (die vele oorzaken kunnen hebben).

Mexicaanse griep

De ernst van de nieuwe variant wordt dus in eerste instantie ernstig overschat. Dezelfde wanverhouding leidde er een paar jaar geleden toe dat de WHO in het voorjaar groot alarm sloeg over de komst van de Mexicaanse griep, die achteraf heel mild bleek te zijn. Er vielen die winter niet méér, maar opvallend veel minder doden dan gebruikelijk. De kans is groot dat zich rond H7N9 eenzelfde scenario zal ontvouwen. Voorlopig waagt niemand het om ook maar enig alarm te slaan.

Het drama van de Mexicaanse griep liet zien hoe gevoelig we zijn voor de angst voor een pandemie. Ergens diep in ons heerst het idee dat we er een keer aan zullen moeten geloven. Omdat we ‘onnatuurlijk’ te dicht op elkaar wonen waardoor we, als er een onbekende ziekte opduikt, elkaar, mede dankzij al het verkeer over onze aardbol, in een mum van tijd zullen aansteken. De hele mensheid (en de beschaving) zal dan knarsend tot stilstand komen.

Kwetsbare monocultuur

We weten bijna zeker dat de kans daarop reëel is, groot is zelfs, en dat zoiets dus binnenkort zal moéten gebeuren. Ook al is het honderd jaar geleden dat zoiets echt (een beetje) gebeurde, namelijk met de beruchte Spaanse Griep; een uitbraak die ruim 20 miljoen slachtoffers maakte (en nog steeds een groot raadsel is).

Sindsdien zijn er heel wat griepgolven geweest, stuk voor stuk buitengewoon leerzaam voor virologen, maar apocalyptische voorspellingen zijn nooit uitgekomen. Het is dus niet de ervaring, maar de angst die het opduiken van nieuwe griepvirussen tot wereldwijde media events maakt. Niet de angst voor de griep zélf speelt hier een rol, maar het gevoel dat we te dicht op elkaar leven, en dat de mensheid als een kwetsbare monocultuur in één keer het loodje zal leggen.

Spillover

Dat die angst ons denken domineert komt natuurlijk omdat we niet weten waar het volgende gevaarlijke virus vandaan zal komen, hoe het eruit zal zien en wat het zal doen. Op zo’n moment, wanneer we over het virus niets kunnen zeggen, kunnen we alleen maar speculeren over de kwetsbaarheid van de patiënt.

Dat is ook exact het manco van het boek Spillover van David Quammen, in ons land verschenen onder de titel Van dier naar mens. Quammen voorspelt dat de Next Big One (en daarmee bedoelt hij de komende megadodelijke pandemie) afkomstig zal zijn uit het oerwoud. Dat is in zijn ogen namelijk een ware oceaan van nog onbekende virussen. En nu wij het oerwoud in hoog tempo om zeep helpen, zullen die virussen zich, volgens koele evolutionaire logica, aanpassen aan nieuwe gastheren.

Donderpreek

Dat wil zeggen: aan de mens. We komen voor het eerst écht in aanraking met deze bron van nieuwe virussen, en zij zullen hun kansen grijpen. Daaronder zullen zich, aldus Quammen, virussen bevinden met volkomen onbekende eigenschappen waar de wetenschap zo een-twee-drie geen antwoord op weet te vinden. Misschien wél na enige tijd, maar dan kan het al te laat zijn. Dan ligt de wereldbevolking al op apegapen.

Het is een waarschuwing die menige lezer de schrik om het lijf zal jagen. Maar Van dier tot mens is in de kern niet veel meer dan een lange donderpreek. Natuurlijk zullen er de komende jaren allerlei nieuwe virussen opduiken – wie weet ook vanuit het tropisch regenwoud. En het kan zeker lastig worden om daar middelen tegen te ontwikkelen. Maar Quammens betoog klinkt vooral overtuigend omdat hij ons op onze zonden wijst: we vernietigen het oerwoud; we drijven diersoorten richting uitsterven; we maken de aarde kapot; we leven te dicht op elkaar; we reizen te veel – kortom, we zijn zo zondig en kortzichtig als maar kan. Zoiets kan niet zonder consequenties blijven. Moeder Natuur zal wraak nemen.

Ebola & AIDS

Dat is de onderliggende boodschap die veel lezers méér zal aanspreken dan Quammens uitgebreide wetenschappelijke verhandelingen – die er eigenlijk op neer komen dat alle gevaarlijke virussen die we de laatste decennia hebben gezien, niét uit het oerwoud kwamen maar uit landbouwgebieden waar mens en dier onder primitieve omstandigheden dicht op elkaar wonen.

De enige voorbeelden van virussen afkomstig uit het oerwoud zijn Ebola en Aids. Ebola is te bizar om als realistisch voorbeeld te dienen (het doodt de drager voordat de ziekte zich echt kan verspreiden), en HIV is waarschijnlijk al een eeuw geleden op de mens overgedragen (door apen). Als HIV al als voorbeeld kan dienen (in die tijd was er van afbraak nog geen sprake), dan is één voorbeeld écht te weinig om alarm te slaan.

Maar de lezer zal waarschijnlijk iets anders oppikken. Moeder Natuur zal een keer terugslaan. Daar zijn we stiekem collectief van overtuigd. Ook al maken infectieziekten steeds minder slachtoffers, ook al neemt de kwaliteit van de gezondheidszorg wereldwijd met sprongen toe en ook al zijn we steeds beter in staat om nieuwe virussen te detecteren en onschadelijk te maken – dan nóg blijven we er stiekem van overtuigd dat de Next Big One een keer zal komen. Gewoon omdat we dat verdiend hebben.

David Quammen, Van dier tot mens, Uitgeverij AtlasContact, 39,95 euro