Column

Geldstromen, geldstormen, hyperdimensionaal balletje-balletje

31-08-2011 09:00

Plastic is fijn hoor, maar echt geld op zak hebben blijft lekker. Een lege portemonnee (porter – dragen, monnaie – munt, feuille – velletje ) voelt gewoon kut. Ik heb de mijne aan de binnenkant beplakt met smileys en ‘geeft niks joh!’-stickertjes. Maar veel munten is onhandig en zwaar. En veel briefjes is, net als enorme tieten, vragen om moeilijkheden.

Typisch voorbeeld, afgelopen maandagochtend: iemand, vermoedelijk een katerig iemand, laat de deur van een geldtransportwagen open staan. Deur zwaait open op de A2, geldkistje valt op wegdek, een auto rijdt er overheen, kistje breekt open (blijkbaar zonder paarse verf overal, dat geloven we dus ook niet meer) en het regent bankbiljetten. De weg ligt bezaaid met briefjes van 10, 20 en 50 euro. Tientallen automobilisten stoppen en beginnen razendsnel te ‘helpen’ met inzamelen. Het verkeer komt knarsend tot stilstand. Gelukkig gebeuren er geen ongelukken.

Of deze, vorige week in Amersfoort: Cees Kok staat net thuis te tellen hoeveel lakens en kussenslopen hij die dag verkocht heeft op de markt, als hij bruut overvallen wordt en zijn hele dagomzet kwijt is. En hij is niet de enige. Er zijn jongens bezig op het moment, die het speciaal op markthandelaren voorzien hebben. De branchevereniging raadt Cees en zijn collega’s aan pinautomaatjes aan te schaffen.

Liquide plas
Wat geldt voor markthandelaren, geldt ook voor banken. Fysiek, solide geld is lastig en gevaarlijk. Het is veel handiger en veiliger om alle banken, zonder fysieke geldtransporten, via een efficiënt netwerk te laten samenwerken (lees: tot een grote, liquide plas te laten versmelten). En ook hier geldt de wet van behoud van ellende: Hoe makkelijker de transacties, hoe vloeibaarder het geld. En hoe vloeibaarder het geld, des te gevoeliger het is voor turbulentie. Binnen een groot, snel, vloeibaar systeem heeft een klein onderdeeltje dat de hik krijgt veel grotere gevolgen dan binnen eenzelfde traag, meer solide netwerk. Weerkundigen en piloten noemen dat turbulentie. En flinke turbulentie noem je een storm.

De wereldwijde geldplas heeft een probleem: hij gedraagt zich steeds meer als een fysieke plas. De schreeuwende adrenalineboys (koop X nu! Verkoop Y nu! Win geld nu! Verlies geld nu! ) hebben plaatsgemaakt voor computers die precies doen wat die jongens deden. Maar zo snel dat als je even met je ogen knippert, er tienduizenden euro’s, dollars, vaten olie, boob-jobs – kortom waardedruppels van eigenaar gewisseld zijn. Onmogelijk te volgen wat jou en mij betreft, een soort hyperdimensionaal balletje-balletje. In die reusachtige, kolkende geldmassa kunnen kleine golfjes in vraag en aanbod leiden tot rare prijsexplosies of onevenredig zakkende prijzen. We hebben al gezien hoe bij een relatief minuscuul olietekort de prijs van 25 dollar naar 150 dollar per vat vloog.

Kuifje in de Congo
Alles gaat zo snel nu, dat het moment van een krach (letterlijk: botsing) niet meer in jaren wordt aangeduid, (“de krach van 1929 leidde tot de grote depressie”), maar in minuten. De Flash Krach van 6 mei 2010 staat onder handelaren bekend als de krach van 14.45 uur. De Dow Jones stortte op dat tijdstip ongeveer 900 punten, bijna 10 procent, omlaag. In luttele seconden verdampte een biljoen dollar: zo ongeveer wat heel Nederland opbrengt op jaarbasis, of zo je wilt: wat heel Congo opgebracht heeft sinds Hergé Kuifje er avonturen liet beleven. Gelukkig klom de Dow binnen een paar minuten weer terug omhoog. Maar over het hoe en waarom wordt nog altijd getwist.

Het is een raar idee dat de knisperende briefjes en klinkende munten die we bij ons dragen, onderdeel zijn van een soort wereldwijde ‘geldatmosfeer’, waarin zich stormen kunnen ontwikkelen. Het wereldgeldverkeer lijkt overzichtelijk, maar het is het niet. Bekijk het zo: een storm als Irene was moeilijk te missen, en iedereen lacht zich nu rot om de sombere voorspellingen voor New York. We hebben Irene allemaal op de radar groeien. Het ziet er logisch uit. Maar waar en wanneer zo’n storm precies ontstaat, dat weet niemand. En waar hij aan land gaat, weet ook niemand. Als er een geldstorm dreigt, is het beste dat we kunnen doen onze financiële huisjes betimmeren en afplakken en hopen op het beste. Misschien valt het wel mee.

En zo niet, dan zijn er altijd nog smileys en ‘geeft niks joh!’-stickers.