Opmars van het totale idealisme

21-01-2013 12:49

Idealisme zou ‘dood’ zijn. De moderne burger? Een kille, berekenende, innerlijk lege ledenpop, die nauwkeurig becijfert wat hij moet doen en wie hij te vriend moet houden om overeind te blijven. Persoonlijke keuzes maken? Nee, een vergelijkingssite aanklikken en kijken welke deal of welk product in jouw specifieke geval het gunstigste uitpakt. De burger als manager zonder geheugen: niet gehinderd door ideeën steeds weer op zoek gaan naar de meest praktische oplossingen die een minimum aan kopzorgen op je bord leggen.

Van een afstandje klopt dit beeld van extreem pragmatisme. De koele kikker die principieel deloyaal is en elke dag, ja, elk uur en elke seconde de vrijheid wil hebben om nieuw verbintenissen en relaties aan te gaan, tot het moment dat het gras elders weer groener is.

Horror van het maximale

Wat niemand schijnt te zien of op zijn minst grootschalig wordt onderschat is dat, als je inzoomt, juist hij – deze flexibele entrepreneur en levensgenieter, tezamen met zijn minder getalenteerde klonen – tjok- en tjokvol idealen zit en ‘geleefd wordt’ door verbetermanie en een ideaalbeeld van zijn of haar leven en de maatschappij. Een ideaalbeeld waarbij ten bate van het individu en de ganse samenleving op alle vlakken de beste deal moet worden gesloten (qua werk, relatie, geld en wonen), zodat ‘de beste versie’ van hem of haarzelf en de gemeenschap gerealiseerd kan worden.

Uitgerekend dit type mens, dit type kosmopolitische ‘shopper’ die leeft bij ‘het eruit halen van het maximale’ (grosso modo, type D66) begint onze elite steeds meer te domineren. Mijn observatie? In een iets ander jasje dan we tot dusver gewend waren, heeft het idealisme zich nog nooit zo krachtig en bemoeizuchtig als nu in het centrum van de macht genesteld.

Heel de Nederlandse horeca is anno 2013 – op militante en voorheen ondenkbare wijze – rookvrij ‘geveegd’ om, bij wijze van spreken, alle D66-ers hun maximale loopbaan te laten inhaleren. Ofwel: het ‘totale’ idealisme rukt niet alleen op, het is hier en daar al dé norm geworden.

Waar is de ‘good old’ schurk?

Wij, de onderdanen, worden steeds minder onrecht aangedaan door prettig voorspelbare, kortzichtige, onwetende en schurkachtige criminelen, die hoofdzakelijk worden gestuurd door zelfzuchtige prikkels (en dat toegeven). Nee, we zitten steeds meer onder de plak van zich als visionair beschouwende bollebozen en succesego’s, die ons, het plebs, zien als een kluwen onderontwikkelden die via een heilzame politiek aangaande milieu, klimaat, gezondheid, economie en cultuur ‘geholpen’ kan worden tot hetzelfde slag bevoorrechte en deloyale kosmopolieten te gaan behoren als zijzelf.

Ofwel: de miljonair is jammer genoeg nog maar zelden een (diplomaloze) één dimensionale schoft of geluksvogel en steeds vaker  – God bewaar ons – een (vermoeiende) leraar met vele gezichten en een beschavingsopdracht, die ons op het geile ticket van zijn financiële succes deelachtig wil maken van zijn denkbeelden en, jawel, idealen.

Alsof het eerste miljoen – nietwaar, Ben Tiggelaar? – een logisch stappenplan is, en het eerste miljard – nietwaar, Richard Branson? – slechts een kwestie van een beetje discipline, timing, intuïtie en, o ja, even doorbijten. Kijk naar de open gesprongen puist van talentenshows en in het bijzonder naar een populair programma als The Voice Kids, en je ziet hoe prematuur idealisme welig tiert en de kinderziel voor ieders ogen aan gort snijdt (‘ik wil later een zangcarrière, de allermooiste vrouw en een villa met zwembad’). En dan vraagt men zich in de krantenkolommen nóg honderden keren per dag af: hoe komt dat volk van ons, ondanks de materiële voorspoed, toch zó ontevreden? Ja. Gek, hè?

Loesje als wetenschappelijk bewijs

De drukvan het idealisme en een-ideaal-hebben is niet te stoppen en dringt tegenwoordig zelfs door in sectoren waar het ooit weinig te zoeken had, zoals de wetenschap. Diederik Stapel is niet zomaar een frauduleuze wetenschapper, maar een volbloed ‘totaal idealist’, die ongestoord aan zijn geweldloze, vrouwvriendelijke en vegetarische sprookje mocht bouwen: gewoon omdat de universiteiten waar hij werkzaam was dat bouwwerk wel zagen zitten, zijn idealen dus in stilte deelden en stiekem mee juichten als Stapel meende aangetoond te hebben dat vleeseters sneller met de vuisten klaar staan dan vegetariërs.

En Stapel is niet een geïsoleerd incident. Het idealisme op de universiteiten en hogescholen neemt dikwijls bizarre vormen aan. Laatst ondersteunde een Nijmeegse wetenschapper bij de Tros Nieuwsshow zijn pleidooi voor een rechtvaardiger welvaartverdeling in de wereld met de ‘bewijzen’ Theo Maassen, Serious Request en sloganplakker Loesje! Ik dacht in een cabaretprogramma te zijn beland, maar de hoogleraar meende het echt en de twee ondervragers vonden het, gelet op hun stilte, volstrekt normaal. In Nijmegen en omstreken is Loesje dus – dat u ’t weet – wetenschap.

BN-ers met een idealenportfolio

Met het ineenstorten van de verzuiling zou je denken dat het idealisme een klap heeft gekregen, maar niets is minder waar. Terwijl je het hebben van idealen vroeger nog kon uitbesteden aan pastoors, dominees, politici, vakbondsbazen, zendelingen, ontwikkelingswerkers en de drammende ontwikkelingsdominee Jan Pronk en zelf je ‘zorgeloze gangetje’ kon gaan, dien je tegenwoordig een eigen ‘missie’ te hebben, dichtbij of ver weg (liefst allebei).

Een ‘missie’ die je het liefst ook nog met ‘passie’ moet najagen, anders laad je de allerhoogste verdenking op je, namelijk: dat je niet werkelijk ergens in gelooft, niet betrokken bent, je er niet voor de volle honderd procent voor gaat. Dat laatste staat anno 2013 zo’n beetje gelijk aan een doodvonnis. En einde carrière.

Idealisme is van een nobele hobby voor de enkelingen verworden tot een voor iedereen verplicht in te vullen veld op je digitale CV. Aangejaagd door BN-ers die van hun idealen tegenwoordig een kek portfolio hebben gemaakt, dat, braak, hun publieke ‘image’ en uurprijs moet ondersteunen. Geen wonder dat idealen aan hemeltergende inflatie onderhevig zijn, links en rechts steeds knulliger en obligater worden verwoord. En daardoor van wenkende en originele vergezichten in een verplicht nummer zijn veranderd, zie de Madonna’s, de Katja Schuurmannen en Froukje de Both’s van deze planeet.

Niet ‘sexy’ genoeg

Een stuk schrijven over de donkere kanten van het oprukkende idealisme zou een nutteloze vingeroefening zijn als de gevolgen ervan niet zo ernstig waren. Door instant waardering voor en de dominantie van het idealisme, zijn de vakmannen en –vrouwen op deze wereld gedoemd ondergesneeuwd te raken. Naar de marges gedreven te worden. En naar de tochtige hoekjes van steeds kariger salarisschalen.

Geduldig mensen iets leren, zich goed laten voelen of beter maken of zelf na lang oefenen iets onder de knie krijgen, is niet ‘sexy’ en spectaculair genoeg om het anker- of hoogtepunt te zijn van een idealistisch visiestuk. Ofwel: ambacht is saai. Het is ‘gewoon’ werk.

Maar, hoewel dus ‘gewoon’, wel zo’n beetje het belangrijkste werk dat er bestaat. Met andere woorden: al dat idealisme mag wel eens een toontje lager zingen, want het maakt meer stuk dan je lief is.

Powned

En dan heb je, tot slot, altijd nog een handjevol linkse zeurpieten die hun vingertje omhoog steken en gaan jeremiëren dat je in een tijd dat PowNed op kosten van de belastingbetaler aan de lopende band pubergrappen uithaalt onmogelijk kunt spreken van een overschot aan idealisme.

Mispoes… Dat PowNed bestaat en in het publieke bestel is toegelaten, is misschien wel te danken aan de meest absurde vorm van idealisme: aan de onhaalbare gedachte, namelijk, dat de Publieke Omroep een volledige weerspiegeling moet zijn van de Nederlandse samenleving, inclusief het rose reaguurders-leger van GeenStijl.

Dat Dominique Weesie als PowNed-baas ruim twee ton op jaarbasis vangt, kun je mijns inziens dan ook gerust kenschetsen als een totaal bezopen uitwas van hedendaags ‘totaal’ idealisme. Hijzelf zal vermoedelijk de eerste zijn om dat volledig te onderschrijven. Amen.

Hans van Willigenburg bezondigt zich regelmatig aan activiteiten, die in geen enkel opzicht met een ideaal in verband te brengen zijn.