Gebruikt Plasterk onze diensten en militairen als bliksemafleider?

10-02-2014 15:18

Nationale veiligheid en modus operandi. Knoop deze woorden goed in uw oren, u gaat ze de komende dagen nog voldoende horen. Maar daar zou het niet om moeten gaan. De manier waarop minister Plasterk nu politiek spel speelt over de rug van de veiligheidsdiensten en strategisch partners, dat is waar het eigenlijk om zou moeten draaien. Plasterks politieke hachje is geen staatsgeheim.

Vergaren metadata is geen geheim

De modus operandi van de veiligheidsdiensten is gewoon te reconstrueren is met de informatie die te lezen is op de website van het Ministerie van Defensie, gecombineerd met een dosis boerenverstand. Op de website van Defensie wordt inderdaad gerept over metadata. Dat is een hip woord voor ‘data over data’ en komt neer op logboekachtige gegevens: wanneer was welk telefoonnummer hoe lang in gesprek met welk ander telefoonnummer. Voor het verzamelen en analyseren van metadata heb je geen wettelijke toestemming nodig, maar je kan hier tegelijkertijd wel veel informatie uithalen. Zo worden al enkele jaren de mogelijkheden van sociale netwerkanalyses verkend om niet alleen terroristische organisaties mee in kaart te brengen, maar ook aanslagen of mogelijke tegenoffensieven te voorspellen.

Methodes

Het idee is simpel: binnen een sociaal netwerk kunnen wij zien wie hoe vaak met wie in contact staat. Vlak voor een aanslag of tegenoffensief veranderen deze ‘netwerk-knopen’: de mensen binnen dat netwerk gaan abnormaal gedrag vertonen. En abnormaal gedrag, dat verdient een ‘rood vlaggetje’ en nader onderzoek. Nederland kan een Pontius Pilatusje doen en zijn handen wassen in onschuld, want de informatie wordt alleen via de wettelijke kaders doorgesluisd aan de Amerikanen. De Amerikanen staan op hun beurt weer vrij hun eigen analyse er op los te laten en gevolg te geven aan het rode vlaggetje, door  bijvoorbeeld inhoudelijke inlichtingen te gaan verzamelen. Dit hoeft niet per se via het aftappen van telecommunicatie te gaan, maar kan ook door ter plekke gericht onderzoek te doen zoals ouderwets een kijkgaatje in een krant te knippen.

Internationale postzegelclub

In principe is hier helemaal niets mis mee: het is een logische manier van werken en valt binnen de wettelijke kaders. Diensten zijn immers afhankelijk van informatie-uitwisseling en als Nederland van de ene op de andere dag tegen de Amerikanen zegt ‘bekijk het maar’, dan zou dit ook betekenen dat wij op onze beurt geen informatie van de Amerikanen meer zullen ontvangen. Inlichtingen zijn wat dat betreft een soort van internationale postzegelclub – quid pro quo, Clarice. Daarom is het raar: de diensten hebben geen gekke dingen gedaan, de modus operandi is ook weer niet zo heel erg geheim en je hoeft geen Sherlock Holmes te heten om een beeld te kunnen schetsen van de gang van zaken.

Dus wat is nou eigenlijk helemaal het probleem?

De diensten hebben zich niet ‘raar’ of ‘onverantwoord’ gedragen. Integendeel. Of de handelswijze politiek wenselijk is, daar mag de Tweede Kamer morgenmiddag haar werk voor doen door het debat aan te slingeren. Maar dit staat los van het hele gebeuren. Waar het wel om gaat, is het gedraai als een drol in een piespot over het getal van ‘1.8 miljoen’. Der Spiegel kwam in november 2013 met het nieuws dat in december 2012 1.8 miljoen telefoontjes (of beter gezegd: metadata van telefoongesprekken) zijn afgetapt. Dit zijn geen nieuwe 1.8 miljoen die ‘toevallig’ ‘zomaar ineens’ na nader onderzoek boven kwamen drijven, tenzij Nederland de samenwerking met de Amerikanen per maand omgooit en wijzigt. Sowieso: dan heb je verdorie bijna een week de tijd gehad – en dan stopt de smoescreativiteit bij ‘we zeggen wel dat het andere 1.8 miljoen waren, en welke kunnen we dan niet zeggen want staatsgeheim’.  Daarnaast is het nog maar de vraag of de Amerikanen zo blij zullen zijn met de verklaring dat ‘Nederlandse telefoonnummers [die] in beeld kwamen’ “eruit gefilterd” zijn. Met zulke partners die hun eigen terreurknoopjes uit de netwerkanalyse ‘filteren’, heb je geen vijanden meer nodig.

Kortom, ‘Ome Roon’ heeft nog het een en ander uit te leggen. Het gebruiken van onze diensten en militairen onder het mom van ‘nationale veiligheid’ als bliksemafleider gebruiken om je eigen incompetente politieke hachje te redden, dát is waar het morgen om zou moeten gaan. Niet om diensten die doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen.