Politiek

Debat over huurwoningen en statushouders laat noodzaak tot politieke herbronning zien

03-02-2019 15:38

Er woedt een fel en intens debat over migratie en statushouders, waarbij het kinderpardon een belangrijke rol speelt. Minstens zo belangrijk is het deel van deze discussie over de huizenmarkt. De NOS verspreidde voor de verandering nu eens geen nepnieuws. Maar toen wilden deugdrammers dat de NOS alsnog nepnieuws zou gaan verspreiden. Want de harde realiteit zou “koren op de molen zijn van populisten”.

De discussie over huurwoningen en statushouders bewijst dat er veel mist hangt rond de winst die wordt gemaakt op deze sociale voorziening. Er bestaat behoefte aan discussie over de harde cijfers. Tegelijk zal de VVD aan soul-searching moeten doen om de eigen ideologie opnieuw te heien, buiten dan wat sterke verkiezingsslogans. Willen zij toch nog lief gevonden worden door de linkse deugmedia? Of kiest men voor een eerlijk verhaal waar de gewortelde burgerij nog wat mee kan? Wegkijken van het verval door plastisch te glimlachen en steeds harder ‘tsjakka!’ te roepen – die truc is nu uitgewerkt.

Dominique van der Heyde bracht op Twitter het volgende nieuws. “Kreeg zojuist internetmonteur langs. Werkt in heel Noord Holland, maar kan geen huis krijgen. 6 jaar ingeschreven. Zo schrijnend. ‘Alle nieuwe woningen gaan naar asielzoekers.’ zei hij.”

Ophef volgde onmiddellijk: deugers waren woest dat zij dit nieuws bracht. “Rechtse populisten zullen ermee aan de haal gaan!” De reacties zeggen alles over het mediaklimaat. Deugers zetten de publieke omroep onder druk – zij willen bepalen wat wel en niet ‘nieuws’ mag zijn. Sommige thema’s willen zij opblazen, zoals klimaatverandering, en andere thema’s juist uit de media houden, zoals problemen veroorzaakt door asielzoekers en migratie. Hun tweets maken duidelijk dat zij een politieke agenda hebben, en de NOS willen gebruiken als middel. Dominique schreef er even later bij: “Nog even over de internetmonteur. Hij zei ook: ‘ik gun asielzoekers ook een woning, maar ik krijg geen hulp en ben volgende maand dakloos.’ Ik vind dat schrijnend. En nu hou ik er over op, want er zijn al een hoop mensen die vinden dat ik dit niet had mogen twitteren.”

Robin Fransman probeerde het relaas van de monteur te ontkrachten. “Niet alle” schreef hij. “Pak hem beet 5% van de nieuwe verhuringen ging naar statushouders in 2018.”

Daarop mengde de VVD zich in het debat. Kamerlid Koerhuis wil dat voorrang op sociale huurwoningen voor statushouders wordt afgeschaft. Hij noemde meerdere gemeenten als voorbeeld, waar dit al is gedaan. Iedereen moet op zijn of haar beurt wachten. Hij ging direct in tegen Fransman en diens “slechts 5 procent”.  Alle nieuw gebouwde huurwoningen gaan volgens Koerhuis naar statushouders. Fransman beschuldigde Koerhuis toen van leugens en noemde zijn Kamerwerk “shitty”. Over en weer werden er berekeningen tegenaan gegooid.

Maar al gauw kwam de aap uit de mouw. Het ging Fransman niet om de verdringing door statushouders maar om de woningcorporaties en de verhuurdersheffing. Een journalist van het Financieel Dagblad onderschreef dat woningcorporaties alsnog winst maken: 18 miljard per jaar, op een sociale voorziening. Kinge Siljee stelde dat het VVD-beleid zélf de huursector ontwricht. Tot slot gaf Koerhuis de genadeslag, door gewoon de cijfers van het ministerie te noemen:

“Voor degenen die het niet kunnen geloven, hier het aantal sociale huurwoningen dat naar statushouders gaat. 2015: 14.647 woningen – 2016: 25.194 woningen – 2017: 13.529 woningen. Dit tegenover rond 15.000 nieuwe, gebouwde sociale huurwoningen per jaar.”

Natuurlijk kan er terecht veel gezegd worden over het opportunisme van de VVD. Wel het Marakkesh migratiepact ondertekenen en tegelijk klagen over de ontwrichtende gevolgen van de massamigratie op de woningmarkt. Maar over Koerhuis moet eerlijk worden gezegd dat hij hier sinds de aanvang van zijn termijn consequent mee bezig is. Een Kamerlid kan hooguit op de marge wat eigen input leveren – verder is het de partijlijn volgen of je carrière stopt. Zie daarover ook mijn proefschrift: De Democratie en haar Media (2017).

‘Zonder last of ruggespraak’ is vandaag een farce, al zullen Kamerleden koppig beweren dat het anders is – alleen al om gezichtsverlies te voorkomen. Zelfs Pieter Omtzigt heeft een hypotheek. Het probleem van deze farce benoemde de Teldersstichting al in 2013, in De Plicht der Politieke Partijen, nog ver voordat de beruchte begrippen ‘partijkartel’ en ‘particratie’ hun intrede deden. Binnen de partij werd er weinig met de kritiek gedaan, wat het vermoeden sterkt dat de noodzakelijke veranderingen buitenparlementair vorm zullen krijgen.

Partijen doen weinig moeite om deze leegheid te verbergen. Sommigen houden geen ‘congressen’ meer maar ‘festivals’, met ‘stand up comedy’ – andere komen niet verder dan verkiezingsspotjes waarin mensen elkaar ‘goede morgen!’ wensen. Deliberatie, het politieke overtuigingsproces gebaseerd op inspraak en intellectuele arbeid, is vervangen door een ‘volksvermaak’, wat tegelijk neerbuigend is naar het volk. Je straalt uit dat de ideeën op zijn en dat alles al in ‘kannen en kruiken’ is, als je zoiets doet. Waar de coalitie niet verder komt dan cabaretshows en ‘goede morgen!’, zal de oppositie zetels winnen zolang zij de inhoud centraal stellen.

De centrale vraag van ons tijdsgewricht is of de gevestigde orde bereid is een deel van haar macht af te staan voor het welbevinden van de Europese volkeren, of dat zij de eigen greep zullen versterken. De globale economie – dat zien we wel aan de migratiestromen en de remittances – vestigt zich met internationale verdragen boven de nationale democratie. Deze schaalvergroting voert tot een bestuursketen met een bijbehorende ‘ijzeren wet van de oligarchie’. In theorie hebben Kamerleden het voor het zeggen, in de praktijk steeds minder, en uiteindelijk moet de fictie van representatie plaatsmaken voor de harde realiteit dat ambtelijke ketens en grote bedrijven in feite bepalen.

Deze wereld is toe aan een systeemverandering die rekening houdt met de menselijke natuur, -maat en -beperkingen. De meeste partijen zijn overblijfsels van intussen uitgeputte ideologieën.  Partijen zijn gevoelig voor fractiediscipline en coalitiedwang: ze vormen coalities die slechts kunnen regeren met compromissen waarvoor geen kiezer kan stemmen. Uit angst voor het ‘populisme’ kruipen de middenpartijen dichter naar elkaar: beleid wordt tot smakeloze eenheidsworst.

Vervolgens verstart dit beleidsmatige ratjetoe nog verder als gevolg van de ambtenarij. Al deze verstarrende factoren zijn verbonden met het menselijke oerinstinct van de groepsdruk. Mensen kruipen naar elkaar toe in de hoop dat ze steun hebben aan een netwerk en sociaal aanvaardbaar blijven, zoals Gert Jan Mulder al schreef. Zolang dit oerinstinct overheerst in het nationale en internationale bestuur, samen met een verstarring op alle fronten, is er geen passend antwoord mogelijk op de dynamiek van de maatschappelijke problemen, en blijft democratie een fictie.

De discussie over verdringing op de markt van sociale huurhuizen bewijst dit. Links schuift het probleem af op de woningcorporaties, de woningcorporaties wentelen het af op rechtse bezuinigingen, rechts wijst weer op de migratie. Die migratie, ten slotte, is een kwestie van geldbeluste advocaten, mensensmokkelaars en activistische rechters die internationale verdragen zo ruim mogelijk interpreteren. Niemand neemt verantwoording want iedereen voelt zich onmachtig om wat te veranderen. Dit komt neer op vervreemding tussen volk en bestuur, wat revoluties en burgeroorlogen onvermijdelijk naderbij brengt.

Helaas zal geen mainstream medium deze analyse platform bieden. Robert Jensen misschien? Bert Brussen had het onlangs over ‘brand safety’. Mensen die wél invloed hebben, zullen – met het oog op reputatiebehoud als hun overheersende belang op de korte termijn – zich niet achter deze kloppende analyse scharen.

Daarom maakt het geluid van Koerhuis het interessant wat de VVD zal doen, nu de vraag opborrelt hoe lang Rutte nog door wil als premier. Kijk naar Vlaanderen – analyseer de O-VLD en de N-VA. De N-VA is een conservatief-liberale partij met duidelijke wortels in de middenklasse, terwijl de O-VLD steeds meer verwordt tot kapitalistische variant van GroenLinks (net zoals CU een christelijke variant is van GL). De toekomst van de VVD wordt bepaald door een strijd tussen de klassiek-liberale herijkers – de groep die de band wil versterken met de middenstander en kleine zelfstandige – en de spindoctors die zich richten op kneedbare ‘high potentials’ en willen meeprofiteren van de kosmopolitische deugnetwerken.

Sinds de VVD de grootste partij is, is men gevoelig voor enerzijds de wens om toch lief gevonden te worden door de mainstream media en anderzijds de behoefte om zich qua profiel te distantiëren van de PVV. Het FvD is in dit gat gesprongen. Deugliberalen zullen Koerhuis populistisch vinden, maar hij is één der laatste Kamerleden die inhoudelijk competent is en zelfstandig nadenkt (voor zover dat kan als lid van een fractie). Hij durft kleur te bekennen en laat zich niet afschrikken door de deugmedia. De VVD zal deze eigenschappen nog hard nodig hebben in de levensfase die de partij nu ingaat.

Inmiddels heeft NRC een ‘factcheck’ gedaan op de uitspraak van Koerhuis. NRC bevestigt dat in 2015, 2016 en 2017 gemiddeld 31.633 statushouders in 18.607 sociale huurwoningen gehuisvest zijn – flink wat meer dan het aantal van circa 15.500 sociale huurwoningen dat jaarlijks werd gebouwd. Dit bevestigt juist de uitspraak van Koerhuis, en ontkracht hem niet. Toch is de krant het aan haar linksdraaiende lezerspubliek verschuldigd om de uitspraak alsnog als ‘onwaar’ te bestempelen, en wel met het volgende argument: “Aedes meldt: in 2017 werd 7 procent van de vrijgekomen huurwoningen toegewezen aan statushouders, in 2016 was dat 12 procent en in 2015 opnieuw 7 procent.” Maar nu is de vraag: omvat het aantal vrijgekomen huurwoningen niet ook de reeds bestaande huurwoningen, die al zijn gebouwd in neem nu 1970? Het is duidelijk dat media steeds meer een politieke opstelling vertolken, in plaats van een informerende rol te vervullen.

Sid Lukkassen werkt nu aan een crowdfunding: een onderzoek naar identiteitspolitiek. Het is zijn doel om in kaart te brengen hoe destructieve linkse identiteitspolitiek, het publieke debat sloopt. Hij is al bijna op 100 procent! Wees een held, steun Sid en geef dit project het laatste duwtje!