Interview

Koffie met de kandidaat (12): Laura Bromet, de nummer 14 van GroenLinks

06-12-2016 11:33

Wie zijn de kandidaten voor de Tweede Kamer in maart 2017? Hoe word je Tweede Kamerlid? Elke week tot aan de Tweede Kamerverkiezingen gaat uw interviewer op bezoek bij diegenen op wie u in maart kunt stemmen. In de twaalfde aflevering: Laura Bromet (46), de nummer 14 van GroenLinks. Trouwe lezers van ThePostOnline kennen haar nog van de gemeenteraadsverkiezingen in Waterland in 2014 (1, 2, 3, 4, 5). Sindsdien is ze wethouder. “Ik dacht: ik ben hier een goed raadslid geweest en een gewaardeerde wethouder, misschien heeft GroenLinks me in Den Haag nodig.”

“Het is heel eervol om in de Tweede Kamer te zitten, hé?” begint Laura: “Het is een enorme verantwoordelijkheid. Ik vind dus ook dat op lijsten van politieke partijen hele goede mensen moeten staan. Eigenlijk zou elke burger van Nederland moeten nadenken of hij een van die 150 Kamerleden zou moeten zijn: zou ik van waarde kunnen zijn in het parlement? Ook al heb je een hele goede baan waar je veel verdient en waar je niet weg wilt, toch zou je Nederland een dienst kunnen bewijzen. Dat is ook waarom ik mezelf heb aangemeld.”

Dienstbaar aan idealen

“Vind je dat raar?” vraagt Laura. “Het gaat om de politieke partij, dat is een constante factor. De idealen van de partij worden uitgedragen door de leden en de vertegenwoordigers. Dat zijn allemaal voorbijgangers. Dus je verbindt je voor een tijdje aan een politieke partij en daarna ga je weer verder, maar GroenLinks blijft gewoon bestaan: als ik wegga, komt er weer een nieuwe GroenLinks-wethouder en de idealen zullen ook hetzelfde blijven. Ik voel het als een verplichting om me aan te melden. Als je de wereld beter wilt maken, is de Tweede Kamer een goede plek.”

Uw interviewer denkt dat persoonlijke ambitie en ijdelheid ook belangrijk zijn bij zijn sollicitatie. Laura: “Het gaat er niet om dat ik gezien word, het gaat erom dat de idealen gezien worden. Je hebt natuurlijk mensen nodig die het gezicht zijn van de idealen, hé? Dat ben ik hier in Waterland. Als ik hier door de supermarkt loop, dan houd ik eigenlijk een soort spreekuur. Het duurt heel lang en ik vind het ook heel belangrijk. En daar ben ik ook niet Laura, maar de gemeente. Mensen vinden het fijn als ze weten waar je voor staat.”

Wereld doorgeven aan volgende generatie

Waar sta jij dan? vraagt uw interviewer. Het antwoord laat op zich wachten. “Waar zal ik beginnen?” vraagt Laura. “Het belangrijkste is dat ik de wereld wil doorgeven aan mijn kinderen en aan hun kinderen. Dat er een leefbare wereld overblijft. En dan kom je bij de idealen. GroenLinks zegt: we hebben een enorm probleem en dat is de klimaatverandering en we moeten alles op alles zetten om die te stoppen zodat het hier leefbaar blijft. Dat is het allergrootste thema voor GroenLinks. En ik denk eigenlijk voor de hele wereld. De kolencentrales moeten zo snel mogelijk dicht.”

“Het heilige geloof in asfalt” is ook een punt van Laura: “Het afgelopen kabinet is daar hard mee aan de slag gegaan. Je ziet overal wegverbredingen opduiken. Dat is omdat de meerderheid van de politiek gelooft in de verbreding van wegen als de oplossing van files. Ik geloof daar helemaal niet in. Mensen vinden een auto heel belangrijk. Ik woon in een dorp met 70 bussen per uur. Die gaan in tien minuten over een vrije busbaan naar het centrum van Amsterdam. Het gevolg is dat de meeste mensen bij mij in het dorp de bus pakken en niet meer in de auto stappen. Daar sta ik voor: een overheid die kijkt naar alternatieven. Dat is ook een groen thema.”

GroenLinks moet meebesturen

“Groene thema’s gaan vaak over de verre toekomst, niet over het hier en nu,” doceert Laura: “Er kwam een rapport uit van het Planbureau voor de Leefomgeving over de daling van het veen. Een groot deel van Nederland bestaat uit veen en die bodem daalt als een malle. Dat levert enorme problemen op, maar op termijn, niet nu. We zien dit niet nu meteen voor onze ogen gebeuren maar monumenten en wegen gaan verzakken. Landbouw wordt steeds moeilijker en duurder. GroenLinks wil voorkomen dat het zo ver komt. Het grondwaterpeil moet omhoog.”

Laura wil dat GroenLinks meebestuurt en niet alleen aan de zijlijn staat. Ze heeft er zelf als wethouder inmiddels ervaring mee: “Ik ben wethouder, dus ik weet wat een enorme invloed het heeft als je meebestuurt. Een heleboel dingen komen helemaal niet terecht bij de gemeenteraad omdat ze de bevoegdheid zijn van het college van B&W. Daar kan ik nu mijn invloed laten gelden. Dus ik vind het ook belangrijk dat GroenLinks gaat meeregeren.”

Bedrijventerrein in plaats van weiland

Compromissen sluiten hoort erbij, denkt Laura, maar dat moet wel uit te leggen zijn: “Wij hebben hier lokaal ingestemd met zaken waar we eigenlijk tegen waren. Dat pakt soms slecht uit.” Zo komt er door GroenLinks op de plek van een weiland een bedrijventerrein. Laura: “Wij zijn daar altijd tegen geweest maar dat terrein staat al in het bestemmingsplan. Het ziet er nog uit als een weiland maar op papier is het een bedrijventerrein. Wij hebben gezegd: een meerderheid heeft besloten dat daar een bedrijventerrein mag komen dus dan moet dat maar.”

Laura is een politieke laatbloeier. Ze kwam na dertien jaar werken bij het bedrijf van haar vader – Frans Bromet – bij toeval in de politiek terecht. Ze werd gevraagd voor de lokale GroenLinks-lijst en kreeg de smaak te pakken. “Het is me overkomen. Het heeft mijn leven veranderd.” In Monnickendam lijkt Laura bij iedereen bekend: velen groeten haar op straat en een man klampt haar aan om haar succes te wensen in Den Haag. “Ik laat ook veel achter. Ik hou van de mensen hier in Waterland, het is fantastisch om wethouder te zijn.”

Het verschil maken

Wat ze ervoor terugkrijgt, weet ze ook. Ze werkte een paar jaar geleden voor de fractie van GroenLinks. Wanneer is het Kamerlidmaatschap geslaagd? vraagt uw interviewer zich af. “Als je iets concreets kunt aanwijzen waar je een verschil hebt gemaakt.” Als beleidsmedewerker maakte Laura met Kamerlid Rik Grashoff een motie over Roundup, een gif dat gemeenten gebruiken om de straten onkruidvrij te houden. Eigenlijk wilde GroenLinks dat gif helemaal verbieden, maar er was alleen een meerderheid te vinden voor een verbod voor gemeenten. In de landbouw blijft Roundup toegestaan.

“Toen ik hier wethouder werd, was de nieuwe wet nog niet ingevoerd,” zegt Laura: “Maar ik heb ook mijn principes dus ik zei op de eerste dag dat ik wethouder werd: er wordt hier geen gif meer gespoten. Dat is ook gebeurd en dat is ook niet makkelijk geweest want overal zie je onkruid. Dan heb je borstelmachines nodig. Dat is een proces van vallen en opstaan. Het mooiste moment vond ik dat de VVD na een paar maanden zei: kunnen we niet gewoon weer dat gif nemen? Mijn antwoord was inmiddels: ‘dat is verboden.’ Dat was de motie die ik zelf getypt had.”