Achtergrond

Ronald van Raak – Ik heb de mot in me lijf

11-06-2021 11:31

Paul Boey.

Je hoort het zelden in de discussies over diversiteit, maar de meeste dialecten dreigen te verdwijnen. De Universiteit van Amsterdam heeft het uitgezocht. Je ziet het ook in de media. Als bijvoorbeeld iemand met een zachte ‘g’ op tv verschijnt wordt daar steeds vaker ondertiteling bij gegeven. Dat is al helemaal het geval als een Vlaming het woord voert. Terwijl die mensen gewoon ‘Nederlands’ spreken en met een beetje goede wil prima zijn te verstaan. Vooral het Antwerps is een prachtig dialect, ik hoorde het graag als ik vroeger met mijn ouders naar de Vogeltjesmarkt ging. Op zondagochtend. Een markt waar oorspronkelijk vogeltjes werden verkocht, maar later van alles te koop werd aangeboden. Waar je ook allerlei kleurrijke figuren kon tegenkomen. Onder wie Paul Boey, de zanger van Ik heb de mot in me lijf. Dat door Nederlandse bezoekers een hit werd maar zijn muzikale einde inluidde.

‘’k Heb de mot in me laif.
’k Zen vur niks nie meer goe.
Elke vinger stao staif.
’k Kraaig men broek nie mer toe.
’k Heb d’n bibber veur draai.
Alles rammelt in mai.
’k Zen verdroeigd en verdurt.
Just nog goe vur ’t sturt.’

Paul Boey was een Antwerpse zanger van het levenslied, die in 1972 een plaatje maakte van zijn lied ‘Ik heb de mot in me lijf’, dat echter helemaal nergens te koop was. Paul (zijn echte naam was ‘Napoleon’) wilde het plaatje alleen zélf verkopen, op zijn kraam op de Vogeltjesmarkt. Waar de 56-jarige debutant de aandacht trok als hij het liedje zong. Zo hield Paul precies zicht op de verkoop en kon geen manager of platenmaatschappij hem bedonderen. Omdat het nummer nooit officieel was uitgebracht kon het ook geen ‘hit’ worden. Andere standhouders klaagden over de populaire volkszanger en daarop werd Paul van de Vogeltjesmarkt verbannen. Dat leidde echter tot kritiek van (met name de Nederlandse) bezoekers, zozeer dat de gemeente hem uitriep tot een ‘folkloristische attractie’ en hij kon terugkeren op de markt. Waar hij opnieuw de lieveling werd van de Nederlandse bezoekers, die zijn lied in ons land nergens konden kopen.

Jarenlang werd ‘Ik heb de mot in me lijf’ gedraaid op de vele radiopiraten in het zuiden van ons land, waar ook ik als jongen veel naar luisterde. De echte doorbraak kwam pas in 1979 nadat Paul Boey werd uitgenodigd voor de nationale tv, bij Willem Duys (Voor de vuist weg) en Op Volle Toeren. Dit leidde er ook toe dat Paul alsnog zwichtte en een album uitbracht bij CNR Records. Het lied werd in Nederland een hit en kwam vanuit ons land ook in veel platenzaken in Vlaanderen terecht. Dat leidde tot zoveel woede bij Paul Boey dat hij van de ene op de andere dag besloot te stoppen met de muziek – en met zijn marktkraam. Waarmee een attractie verloren ging. Het liedje vertelt het verhaal van een man die een leven lang werkte en zichzelf van alles ontzegde om geld te kunnen verdienen. Maar merkte dat geld weinig waard was nu zijn lichaam aftakelde. Paul Boey, luisterrijke paradijsvogel van de Vogeltjesmarkt.

Ronald van Raak schreef eerder over onder meer De Zangeres Zonder Naam en het socialisme, Johnny Jordaan, Willy Alberti en Mussolini, het wonder van de BB-Band, de eenzame kerst van André Hazes en de meisjes van Raymond van het Groenewoud.